H 11: de toekomstenkegel

Zoals we in H 2 zagen gaan veel mensen er impliciet van uit dat er maar één toekomst zal zijn, namelijk die ene waarin we allemaal zullen leven. Tegelijkertijd weten we allemaal ook wel dat er afhankelijk van de keuzes die we in het heden maken verschillende mogelijke toekomsten kunnen ontstaan. Als we nu bijvoorbeeld zouden besluiten niet hier te blijven wonen, maar om naar India te verhuizen zou onze toekomst er heel anders uit gaan zien.

mogelijke toekomsten

Welke toekomst we uiteindelijk zullen meemaken, hangt dus af van de keuzes die wij nu, in het heden, maar ook straks in de toekomst, zullen maken. En omdat ook andere mensen onze toekomst kunnen beïnvloeden, hangt onze toekomst ook af van de keuzes die de andere mensen maken. Naarmate we

verder van het nu af komen, zullen er ook steeds meer verschillende toekomsten mogelijk zijn. Futurologen gebruiken vaak het beeld van een liggende kegel om dit duidelijk te maken. De linker punt van deze kegel staat dan voor het heden, daar zitten we nu, en naar rechts wordt die kegel steeds breder. Er komt dus steeds meer onzekerheid hoe de toekomst er dan uit zal zien.  Ofwel er komen steeds meer verschillende mogelijke toekomsten.

onverwachte toekomsten

Deze toekomstkegel maakt ook duidelijk dat er veel meer mogelijke toekomsten zijn dan de ene die wij nu verwachten, hopen of vrezen. Deze toekomstkegel kan dan nog worden verfijnd.  De meeste van ons zijn geneigd de toekomst te zien als een vrij voorspelbare voortzetting van het heden. Het type III toekomstbeeld. Alles wordt misschien wel wat sneller, groter of beter, maar verder verandert er niet veel. Business as usual dus. Bij een bedrijf is het bijvoorbeeld moeilijk om je voor te stellen dat het basisproduct over 10 jaar wel eens totaal overbodig zou kunnen zijn. Of privé dat je dan misschien wel schatrijk zou kunnen zijn. (of gescheiden of misschien wel dood).  Hier zit de angst voor verandering achter of het ontkennen van mogelijke grote impactvolle gebeurtenissen. 

aannemelijke toekomsten

We komen dan op het terrein van de denkfouten waar we het in H1 al over hebben gehad. Het helpt dan om in de toekomstkegel eerst de te verwachten

toekomsten te tekenen en dan daarom heen nog eens andere mogelijke toekomsten. Bijvoorbeeld de komst van concurrenten uit de USA of een nieuwe uitvinding die jouw product overbodig maakt. Daar omheen kun je dan nog eens alle theoretisch mogelijke (zelfs de onwaarschijnlijke) toekomsten tekenen, de type I, II en IV toekomstbeelden. Bijvoorbeeld toekomsten waarbij de wereld in een grote oorlog terecht is gekomen of waarbij je zo veel geld hebt verdiend of gewonnen dat je nooit meer zou hoeven te werken. Dan krijg je een plaatje zoals hieronder met de te verwachten toekomsten en alle andere mogelijke toekomsten. Dit visualiseert dan opnieuw onze hier-en-nu bijziendheid.  

wenselijke toekomsten

Een volgende verfijning is de wenselijke toekomst. Bijvoorbeeld een toekomst die volledig duurzaam is. Deze ligt ergens binnen de mogelijke toekomsten, maar hoeft niet samen te vallen met de aannemelijke toekomsten. Maar daar kun je wel aan werken. Een bekende uitspraak luidt dan ook; de beste manier om de toekomst te voorspellen is hem zelf te maken. Met de keuzes die je nu maakt, kun je de toekomst beïnvloeden in de door jou gewenste richting. 

De laatste verfijning die ik hier wil bespreken  is de ‘belachelijke’ toekomst, het type IV toekomstbeeld dat we ook al in H 2 tegenkwamen. Hierachter zit een diep inzicht. De ervaring leert ons namelijk dat veel uitspraken die in het verleden als belachelijk werden weggezet, achteraf toch bleken uit te komen. Denk maar eens aan de val van muur, het einde van de apartheid, de komst van een zwarte president van de USA, het homohuwelijk, de bankencrisis van 2007 en zo kunnen we nog een tijd doorgaan.  Allemaal zaken die hoogst onwaarschijnlijk leken, totdat ze opeens toch gewoon gebeurden. In H2 kwamen we dit inzicht al tegen in ‘de Wet van Dator’: “Elke nuttige uitspraak over de toekomst moet op het eerste gezicht belachelijk lijken en zelfs hoongelag oproepen”.

belachelijke toekomsten 

De laatste verfijning die ik hier wil bespreken  is de ‘belachelijke’ toekomst, het type IV toekomstbeeld dat we ook al in H 2 tegenkwamen. Hierachter zit een diep inzicht. De ervaring leert ons namelijk dat veel uitspraken die in het verleden als belachelijk werden weggezet, achteraf toch bleken uit te komen. Denk maar eens aan de val van muur, het einde van de apartheid, de komst van een zwarte president van de USA, het homohuwelijk, de bankencrisis van 2007 en zo kunnen we nog een tijd doorgaan.  Allemaal zaken die hoogst onwaarschijnlijk leken, totdat ze opeens toch gewoon gebeurden. In H2 kwamen we dit inzicht al tegen in ‘de Wet van Dator’: “Elke nuttige uitspraak over de toekomst moet op het eerste gezicht belachelijk lijken en zelfs hoongelag oproepen”.

toepassing

Hoe kun je de toekomstenkegel gebruiken om tot betere toekomstvoorspellingen te komen? Laten we als voorbeeld de komst van de zelfsturende auto, de auto-auto nemen. Veronderstel eens dat je wilt onderzoeken hoe de omschakeling van gewone auto’s naar volledig zelfsturende robotauto’s zou kunnen verlopen. We tekenen dan allereerst een kegel die begint in het heden en dan in de loop der tijd steeds breder wordt.

Er ontstaat in de loop der tijd immers steeds meer onzekerheid en er zijn dus steeds meer verschillende toekomsten mogelijk. In die kegel plaatsen we dan een aantal relevante mogelijke gebeurtenissen. Bijvoorbeeld een enorme prijsdaling van de robotauto’s. Dat is een denkbare ontwikkeling omdat zelfsturende auto’s (waarschijnlijk) zullen leiden tot veel minder ongelukken. Dan hebben ze ook geen kreukelzones meer nodig en kunnen we ook volstaan met veel lichtere materialen. Verder blijken elektrische auto’s ook nog eens veel minder bewegende onderdelen te hebben dan fossiele brandstof auto’s.

Zo’n enorme prijsdaling zou dan wel eens kunnen leiden tot een massaal gebruik van zelfsturende auto’s. Dit zou dan weer kunnen leiden tot massale trek naar de goedkopere, groenere gebieden buiten de randstad. Waarom zou je nog in zo’n overvolle dure stad blijven wonen als je je voortaan ook kunt verplaatsen in een zelfrijdende auto? Forensen in je zelfrijdende huiskamer is toch veel aangenamer dan regelmatig uren in de trein of in de file te moeten staan.

Maar er is ook een ander scenario denkbaar. Zelfsturende auto’s zouden best ook wel eens heel duur kunnen blijven. Dit zou dan kunnen leiden tot bredere invoering van deelauto- concepten zoals Uber of Freewheels. We kunnen ook denken aan een mogelijke omslag in de publieke opinie, ten gunste of juist ten nadele van de robotauto. Stel dat er vlak achter elkaar een aantal grote ongelukken plaats vindt met zelfrijdende auto’s. Dat zou wel eens een flinke terugslag in de acceptatie van de auto-auto kunnen veroorzaken. Omgekeerd zou het ook wel kunnen gebeuren dat we opeens niet meer willen accepteren dat mensen zelf autorijden. Wij zijn immers gevaarlijk achter het stuur. Dat zou een omslag in positieve zin kunnen veroorzaken. Dat zou ook kunnen als verzekeringsmaatschappijen de premie drastisch gaan verlagen voor autorijders in een auto-auto. Allemaal opties die mogelijk zouden kunnen zijn.    

Zo’n mogelijk alternatief; het wordt A of B, een omslag ten gunste of juist ten nadele, noemen we een bifurcatie, ofwel een tweesprong. Deze zorgen dan voor een alternatieve toekomst. In de praktijk van het toekomstonderzoek komen zulke omslagpunten, zulke bifurcaties regelmatig vaak voor. Soms hebben ze hele grote gevolgen voor het systeem waarin ze optreden, soms zijn de gevolgen nauwelijks van belang, maar altijd gaat het om onomkeerbare gevolgen die leiden tot een andere toekomst.

Een te nauwe kegel is hierbij gevaarlijker dan een te brede. Een brede kegel laat misschien wel veel ruimte voor onzekerheid, maar die kun je later stap voor stap inperken en een brede kegel laat voldoende ruimte om allerlei gebeurtenissen en de reacties daarop te onderzoeken. Een te nauwe kegel doet dat niet, waardoor je het risico loopt later te worden overvallen door allerlei onprettige verrassingen. Of je mist dan misschien belangrijke kansen die in het verschiet liggen.

De rand van de kegel vind je door te zoeken naar hoogst onwaarschijnlijke gebeurtenissen met een mogelijk heel grote impact, de ‘wild cards’ die toch nog wel zouden kunnen gebeuren. Net buiten de kegel komen de echt onmogelijke gebeurtenissen te liggen, net binnen de kegel de hoogst onwaarschijnlijke. Hierbij moeten we ons niet te veel op die rand concentreren. Hoe dichter bij het centrum, hoe waarschijnlijker de gebeurtenissen en die kunnen vaak ook een heel grote impact hebben. Die waarschijnlijkheid en de impact kun je proberen te kwantificeren door deskundigen (maar niet alleen hen!) te vragen een procentuele inschatting te geven. Hiervoor zijn ook weer allerlei instrumenten beschikbaar, zoals de Delphi en de Monte Carlo analyse, maar ook gewone interviews en enquêtes kunnen al heel veel nuttige informatie opleveren. We komen daar later nog op terug.

De volgende stap is dan om de mogelijke relaties in kaart te brengen tussen de verschillende gebeurtenissen. In welke mate lokt het een het ander uit? Zijn hier mogelijke paden in te ontdekken, zogeheten pad afhankelijke ontwikkelingen? Als A dan B, maar niet meer D? Dat zijn dan de bifurcaties, waar we het eerder over hadden. En zijn er wellicht indicatoren van veranderingen? Zwakke signalen? Welke onderliggende krachten zijn er? Denk aan de behoeften van de consument, aan de wetmatigheden van de economie. Ook hier zullen we later op terugkomen.

Als we dat allemaal hebben gedaan, zijn we nog niet klaar. We hebben dan wel zo veel mogelijke onzekerheden zo goed mogelijk in kaart gebracht en we kunnen zo op basis van ingeperkte onzekerheid betere besluiten nemen, maar de toekomst staat nooit stil. Morgen komen er wellicht weer heel nieuwe ontwikkelingen op de radar, waar we helemaal niet aan hebben gedacht, maar die alles anders maken. De val van de muur, 9/11, een doorbraak in AI, of in gentech. Dat kan alle verzamelde inzichten weer overhoop gooien. Een toekomstverkenning moet daarom steeds worden geactualiseerd en is nooit definitief.

Tot zover de kennismaking met de toekomstenkegel. Een goede toekomstenkegel perkt de ruimte in waarbinnen je uiteindelijk tot een beslissing moet komen. De toekomstenkegel laat je ook mogelijkheden zien die je anders wellicht over het hoofd zou zien. En last but not least legt een goede toekomstenkegel ook nog eens verborgen aannames en ‘wensdenken’ bloot. Ook hierop komen wij verder op terug.

les 47: de toekomstenkegel is een instrument om de mogelijke toekomsten in beeld te brengen

Peter van der Wel © (12017/20)