H 7: Terugkerende patronen

We hebben het hiervoor gehad over trends. Langer lopende ontwikkelingen binnen systemen. Naast deze min of meer langer lopende ontwikkelingen bestaan er ook zichzelf min of meer herhalende patronen. In het klimaatsysteem bijvoorbeeld kennen we (of kenden we?) de opeenvolging van ijstijden met daar tussenin de warmere perioden, de interglacialen. In het weersysteem kennen we de cyclus van zomer en winter. Ook in de politieke systemen kennen we verschillende steeds terugkerende cycli. Bijvoorbeeld de 4-jaarscyclus van de verkiezing van de Amerikaanse President en van de Nederlandse gemeenteraden.

In de economie kennen we de conjunctuurcyclus. De afwisseling van de zeven vette en de zeven magere jaren. Al in de bijbel was hier sprake van en nog steeds is dit patroon in de economie te ontdekken. Hier lopen we meteen tegen een eerste probleem aan. Meestal bestrijken die conjunctuurgolven niet precies een periode van 7 jaar en duurt de periode van economisch opgang of neergang wat korter of langer dan 7 jaar. En niet alleen duren de conjunctuurcycli soms langer of korter, ze zijn meestal ook heftiger of juist minder heftig dan gemiddeld.   

Dat komt doordat er voortdurend krachten van buitenaf het economische systeem beïnvloeden. Bijvoorbeeld een handelsoorlog of zelfs een echte oorlog. En net zoals invloeden van buitenaf de economie kunnen beïnvloeden, hebben ook de economische schommelingen weer gevolgen voor de andere systemen in de samenleving. Een heftige recessie in de economie bijvoorbeeld leidt meestal tot bezuinigingen in andere sectoren. Bezuinigingen op de scholen, de wegen, het leger etc. Dit kan dan weer leiden tot loondalingen, ontslagen en uiteindelijk misschien zelfs wel tot jouw ontslag of een korting op jouw pensioen.

We weten dus dat er opeenvolgende perioden van economische groei en neergang bestaan, maar we kunnen niet precies het moment van de omslag en de diepte van de volgende recessie voorspellen. Cycli herhalen zich wel min of meer, maar nooit exact. Mark Twain formuleerde dit zo: history doesn’t repeat itself, but it rhimes. 

Naast de 7-jarige conjunctuurcyclus kent de economie echter nog een cyclus van opeenvolgende golven van groei en neergang, de Kondratieff. Deze lange termijn golfbeweging is veel minder bekend, waarschijnlijk omdat deze zich hooguit eenmaal in een mensenleven voordoet. Deze golfbeweging werd al begin vorige eeuw door verschillende economen beschreven waaronder de Nederlanders van Gelderen in 1913 en de Wolff in 1921. Deze publiceerden hun bevindingen echter in het Nederlands en zij bleven daardoor lange tijd internationaal onbekend. In 1926 publiceerde de Russische econoom  Kondratieff zijn onderzoek naar deze lange termijn golven en hij werd de naamgever van deze cyclus. 

Kondratieff legde de golfpatronen naast de economische geschiedenis en ontdekte dat de periodes met stijgend prijspeil (inflatie) overeenkwamen met periodes van groei en uitbreiding van de wereldmarkt (verhoogde goudproductie, nieuwe handelsverdragen, kolonisatie, technologische vernieuwing), terwijl de neergang juist overeenkwam met depressie, vooral in de landbouw. Als we zo naar de economische ontwikkeling van de laatste 250 jaar kijken, kunnen we een duidelijke cyclus van zo’n 50 tot 60 jaar herkennen, waarin de economie eerst versnelt en daarna weer vertraagt.

Sinds het begin van de industriële revolutie zijn vijf van dit soort golfbewegingen geweest. Deze vijf cycli werden steeds gedragen door technologische innovaties en investeringen in infrastructuur.

  1. De 1e Industriële revolutie, gebaseerd op textielproductie en aanleg van kanalen (start 1770 in Engeland)
  2. Het tijdperk van de stoom en spoorwegen, (start 1830 in de UK en de VS)
  3. Het tijdperk van de staal, de chemie en elektriciteit (Europa en de VS, start 1875)
  4. Het tijdperk van de olie en de auto, (VS en Europa, start 1908)
  5. Het informatietijdperk, (computers, telecommunicatie en het internet) start 1971

In werkelijkheid is het overigens niet precies zo’n mooie 50 jaars cyclus zoals de grafiek hiervoor suggereerde. Ook de toppen en dalen blijken niet altijd even hoog. Hiernaast zie je het werkelijke verloop van de Kondratieff voor de VS en het VK.

Later zijn er ook sociologen, historici en andere wetenschappers dit interessante fenomeen gaan bestuderen en zij wisten deze golfbeweging tot veel verder terug in de tijd te traceren. Onderstaand overzicht is gebaseerd op het werk van George Modelski en William R. Thompson. Volgens hun telling zouden we dan binnenkort met de 20e kondratieff – golf beginnen.

Modelski en Thompson kwamen tot dit overzicht toen zij probeerden het ontstaan van supermachten te verklaren. Zij concludeerden dat landen die het voortouw namen in de nieuwe basisinnovatie van een Kondratieff-golf, daarmee een economische voorsprong op hun omgeving kregen. Dat stelde hen dan weer in staat de grootste legers (en vloten) en de modernste wapens te financieren. En de staten met de modernste wapens en het machtigste leger kunnen daarmee hun wil opleggen aan andere landen en zo vroeg of laat ook een politieke grootmacht worden. Een interessant thema overigens met de machtsstrijd tussen de VS, de EU en China in gedachten. Kijk ook eens naar de positie van de Republiek der Nederlanden op de 11e en de 12e Kondratieff.

Kondratieff-cycli kunnen volgens hen dus over een tijdspanne van meer dan 1000 jaar empirisch worden aangetoond. Gezien de lange periode waarover deze golven dan al optreden en gezien de vele economische, technologische en sociale veranderingen die in die tijdspanne hebben plaatsgevonden, lijkt het aannemelijk dat hier een nog onbekende drijvende kracht – of een samenspel van krachten -achter zit.

De historici Goldstone en Turchin hebben een mogelijke kandidaat hiervoor gevonden. Zij ontdekten nog een 50 jarige golfbeweging en wel in de mate van sociale onrust. Zij zagen zo ongeveer iedere 50 jaar periodes optreden met relatief vaker sociale spanningen, stakingen, demonstraties en zelfs opstanden en gewapende conflicten. Zij deden dat door voor verschillende tijden en plaatsen de Political Stress Indicator (PSI) te berekenen.

Deze PSI berekenden zij aan de hand van de formule: PSI = M x E x S, waarbij M staat voor de onrust onder de massa, E voor de mate van concurrentie binnen de elite en S voor de financiële situatie van de staat. Ieder van deze indicatoren is dan weer samengesteld uit een aantal meetbare deelindicatoren. Bij M (als voorbeeld) onder andere uit het aandeel 20-29 jarigen in de bevolking, de urbanisatiegraad en de hoogte van de relatieve loonvoet.

De berekeningen van Goldstone en Turchin gaan terug tot in het oude Egypte. Ook daar, maar ook in het oude China en bij de Azteken bleek een hoge PSI-waarde samen te gaan met een periode met meer sociale onrust. Zij berekenden de PSI ook voor de VS en het VK. En inderdaad, volgens hen gaven de jaren rond 1820, 1870, 1920 en 1970 pieken in de PSI te zien.  De volgende piek zou dan moeten liggen in ……. inderdaad 2020.

Een oplopende PSI waarde loopt niet automatische uit op ongeregeldheden. Overheden kunnen bij een oplopende PSI bijvoorbeeld interveniëren met loonsverhogingen of aanpassingen in de wetgeving. Een hoge PSI staat dus niet meteen voor gewapende opstand en revolutie, maar geeft wel aan dat de kans op onrust toeneemt.

Deze cyclus staat ook wel bekend als de ‘vader-zoon’ cyclus naar een mogelijke verklaring van dit verschijnsel. De cyclus begint dan bij de vaders die zich verzetten tegen de in hun ogen sociale onrechtvaardigheid en maatschappelijke misstanden. Dit leidt dan tot een golf van stakingen, demonstraties, aanslagen en soms zelfs gewapende opstanden en revoluties. De zonen plukken dan hiervan de vruchten. Zij verwerpen vervolgens het geweld en kiezen voor meer stabiliteit en orde. Bij de zonen van de zonen zou de cyclus dan opnieuw beginnen met opnieuw aanzwellende sociale onrust. De periode van 50 jaar komt inderdaad aardig overeen met twee generaties.

Een hoge PSI-waarde blijkt zoals we dus zagen niet alleen een voorspeller te zijn van sociale onrust, maar de PSI-golfbeweging loopt ook nog eens aardig parallel met de door economen geconstateerde Kondratieff’s. Maar wat is hier oorzaak en wat gevolg? Of wat zijn de oorzaken en wat de gevolgen?

Kunnen we nu ook voorspellingen doen op basis van deze cycli? De vijfde Kondratieff golf begon ruwweg begin jaren zeventig en loopt daarmee nu op zijn eind. Dat geldt dus ook voor de PSI cyclus. 2020 zou dan een piekjaar moeten worden in sociale onrust.

Zou dat betekenen dat de volgende cyclus nu gaat beginnen? En welke technologische innovaties en investeringen in infrastructuur zouden deze 6e Kondratieff dan kunnen gaan dragen? De verduurzaming van de economie lijkt me dan een voor de hand liggende kandidaat.

les 34: in systemen is soms sprake van zichzelf herhalende patronen of cycli. Zulke cycli herhalen zich min of meer, maar nooit exact

© Peter van der Wel (12020)