Kijken in de toekomst

H4: Hoe ver vooruit kun je voorspellen?

Je hebt nu geleerd je eigen misverstanden, vooroordelen en blinde vlekken bij het denken over de toekomst te vermijden. Of in ieder geval ben je je bewust van je mogelijke biases. Verder heb je leren denken in meerdere toekomsten en in systemen, waarbij er zelden of nooit sprake is van één oorzaak, maar steeds van een combinatie van factoren die samen kunnen leiden tot een te verwachten gevolg. Hoe nu verder?

Voordat we nu verder kunnen gaan met het voorspellen van de toekomst is er nog iets belangrijks waar we ons van bewust moeten zijn. Over welke tijdshorizon willen we het hebben? Over de komende weken? De komende maanden? De komende vijf jaar? Of over de komende 100 jaar? Dat maakt nogal wat verschil en het zal je niet verbazen dat deze verschillende tijdshorizonnen verschillende aanpakken vragen. Het zijn dan ook aparte specialismen binnen het toekomstonderzoek.

In de figuur hiernaast zijn 4 verschillende tijdshorizonnen weergegeven. De periode tussen nu en pakweg 1 jaar, (periode 1) noemen we wel ‘het verlengde nu’. Hiermee willen we aangeven dat we in deze periode niet al te veel veranderingen mogen verwachten. Zo lang er geen extreme schokken (zie daarvoor H 9) plaatsvinden zal alles heel sterk lijken op het nu. Binnen deze tijdshorizon kun je daardoor meestal betrouwbare voorspellingen doen over de toekomst.

Dat wordt anders voor de periode tussen 1 en 10 jaar. We noemen dit wel ‘de vertrouwde toekomst’. Alweer afgezien van het optreden van extreme schokken zal vrijwel alles nog sterk lijken op het heden. Vanzelfsprekend neemt de kans dat dit soort onverwachte gebeurtenissen zal optreden toe met het verstrijken van de tijd. Daarom maken we binnen deze periode nog een onderscheid tussen periode 2 en periode 3.

De grens zal dan (afhankelijk van ondermeer de onderzoeksvraag) ergens ligggen op plus minus drie tot vijf jaar. In periode 2 zijn de voorspellingen nog steeds redelijk betrouwbaar, in periode 3 overheerst de onzekerheid. Voor periode 2 zouden we dan al beter kunnen spreken over verwachtingen in plaats van voorspellingen, in periode 3 is er intussen zoveel onzekerheid in de voorspellingen gekropen, dat we daar alleen nog maar kunnen spreken van verkenningen. Tot slot komen we in periode 4, met een tijdshorizon van meer dan 10 jaar. Dit noemen we ook wel ‘de ongedachte toekomst’ om aan te geven dat er dan vrijwel zeker externe schokken zijn geweest die maken dat alles echt heel anders zal zijn dan we nu denken. Hier gaat het echt alleen nog maar om verkenningen.

Periode 1 is vooral van belang voor beslissingen op korte termijn. Denk aan inkopers die willen weten welke producten ze voor volgend jaar moeten inkopen, denk ook aan de mode met snel wisselende collecties, maar denk ook aan ondernemers met hun jaarplannen en aan politici die vooral bezig zijn met het blussen van het volgende brandje. Zoals hiervoor al beschreven zijn voor dit tijdsbestek doorgaans betrouwbare voorspellingen te doen. Dit is het domein van de trendwatchers, de (strategie)planners en de “super voorspellers”. Over deze laatste groep iets meer.

supervoorspellers

Het blijkt mogelijk om met een hoge mate van nauwkeurigheid korte termijn voorspellingen te doen. Vreemd genoeg hoef je daarvoor niet eens een superdeskundige te zijn. Integendeel eigenlijk. In de wereld van de inlichtingendiensten bestaat grote behoefte aan betrouwbaar voorspellend vermogen. Het zou prettig zijn om trefzeker de kans in te schatten dat het regime in Noord-Korea zich de komende jaren rustig zal gedragen, of dat er een staatsgreep aankomt in Turkije. Ondanks alle deskundigheid die de inlichtingendiensten in huis hebben, blijken ze daar toch niet goed in.

De Amerikaanse onderzoeker Philip Tetlock heeft dat aangetoond in een aantal grootschalige experimenten waarbij getrainde amateurvoorspellers het moesten opnemen tegen experts van de inlichtingendiensten. In een soort wedstrijd moesten ze steeds de kans inschatten dat bepaalde gebeurtenissen wel of niet zouden plaatsvinden. Bijvoorbeeld over verkiezingsuitslagen, politieke omwentelingen, of de hoeveelheid ijs in de Poolzee op een bepaalde datum. Het ging in totaal om bijna 100.000 voorspellingen en wat bleek? De amateurs deden het gemiddeld significant beter dan de mensen van de inlichtingendiensten ook al beschikten deze over de meest actuele vertrouwelijke informatie.

Wat is het geheim van deze supervoorspellers? Anders dan je wellicht zou verwachten zijn deze supervoorspellers geen bekende trendwatchers die sterke uitspraken doen over de toekomst, of deskundigen die in de media verschijnen. Het zijn gewone mensen, maar wel met een bijzondere werkmethode. Supervoorspellers zijn boven alles nieuwsgierig en onderzoekend en zij hebben een opvallend open houding tegenover nieuwe informatie. Ze hebben geen vooringenomen meningen en nemen niet lichtvaardig een standpunt in. Ze zijn eigenlijk vooral op zoek naar feiten die hun standpunt kunnen ontkrachten en ze stellen met plezier hun mening bij als de feiten dat wenselijk maken. Ze zijn zich bewust dat ook zij lijden aan de hiervoor beschreven hier-en-nu-bijziendheid en de beperkingen van ons brein als voorspellingsmachine. Daarom wantrouwen ze hun intuïtie.

Je kunt je net als de supervoorspellers trainen om echt goed te worden in voorspellingen. Maar helaas vraagt het komen tot goede, meetbare voorspellingen veel tijd en discipline. Al hoef je geen hele studie te doen naar een onderwerp, je moet toch de tijd nemen om alle perspectieven op een mogelijke gebeurtenis te doorgronden. Deze zorgvuldigheid vraagt veel aandacht en doorzettingsvermogen.

langere termijn voorspellingen

Futurologen doen meestal niet zulke korte termijn voorspellingen. Zij kijken doorgaans naar een langere termijn met meer onzekerheden. Toch komt de manier van werken van futurologen overeen met de aanpak van supervoorspellers. Supervoorspellers zijn bijvoorbeeld erg bedreven in het analyseren van tweede-, derde- en vierde-orde-effecten. Dit is uiteraard ook bij voorspellingen op de langere termijn van belang. En supervoorspellers snappen ook hoe complex adaptieve systemen werken. Deze grondige, onbevooroordeelde en onbevangen aanpak hebben supervoorspellers dan ook gemeen met futurologen.

Bij voorspellingen op de wat langere termijn is echter sprake van meer onzekerheden dan op de korte termijn. Dat vraagt dan ook om de inzet van andere op onzekerheid toegesneden instrumenten. Daar zullen we nu bij het vervolg van deze cursus naar gaan kijken.

les 16: bij het toekomstonderzoek onderscheiden wij 4 tijdshorizonnen met ieder eigen onderzoeksmethodieken.

les 17: voor periode 1 (het verlengde nu, de periode tot pakweg 1 jaar vanaf nu), kun je doorgaans redelijk betrouwbare voorspellingen doen

les 18: de onzekerheid in de voorspellingen voor de verschillende perioden komt voort uit het mogelijk optreden van een interne of externe schok

les 19: naarmate de tijdshorizon groter is, neemt de kans op het optreden van zulke schokken toe

les 20: voor periode 2 en 3, (de vertrouwde toekomst, de periode tot pakweg 10 jaar vanaf nu) geldt dat veel nog sterk zal lijken op het heden

les 21: voor In periode 2, (de periode tot pakweg 3- 5 jaar vanaf nu) geldt dat de voorspellingen nog steeds redelijk betrouwbaar zijn, in periode 3 overheerst de onzekerheid.

les 22: voor periode 4, (de ongedachte toekomst, met een tijdshorizon van meer dan 10 jaar), geldt dat heel veel, echt heel anders zal zijn dan we nu doorgaans verwachten.

Deze lessen over tijdshorizonnen leveren gecombineerd met de hier-en-nu bijziendheid nog een extra les op. Een les die kennelijk maar moeilijk doordringt bij beleids- en opiniemakers.

les 23: we hebben voortdurend de neiging de veranderingen op de korte termijn (> 2jaar) te overschatten en de veranderingen op de langere termijn (> 5 jaar) te onderschatten.

© Peter van der Wel (12016/20)

Ga hier verder naar blok 5 van de cursus futurologie