H5: Langzame veranderingen

Bij toekomstverkenningen hebben we het vaak en veel over onverwachte plotselinge gebeurtenissen. Daar is ook reden voor. Juist die onverwachte gebeurtenissen gooien niet alleen onze mooie toekomstplannen overhoop, ze komen ook nog eens op een onverwacht en daardoor meestal ongelegen moment. We houden doorgaans niet zo van onverwachte gebeurtenissen.

Door al die aandacht voor onverwachte gebeurtenissen zou je misschien denken dat de wereld er over 10 of 30 jaar echt heel anders uit zal zien dan nu, maar dat is – hoogstwaarschijnlijk – een misverstand. In de meeste opzichten zal de toekomst erg lijken op het heden en ons niet voor zoveel verrassingen plaatsen. Zelfs tijdens een periode van dramatische en snelle veranderingen, blijven er veel meer zaken gelijk, dan dat er zaken veranderen.   

Denken dat alles snel verandert, is weer zo’n denkfout die we allemaal voortdurend maken. Het is zelfs een van de wetmatigheden van de futurologie. Vanuit onze hier-en-nu-bijziendheid hebben we voortdurend de neiging de veranderingen in de komende 2 jaar te overschatten, en omgekeerd de veranderingen in de komende 10 jaar te onderschatten.

En er is nog een denkfout, die hier meespeelt. We hebben ook allemaal de neiging om te denken dat tegenwoordig de veranderingen sneller gaan dan vroeger. Trendwatchers verwijzen dan vaak naar de snelle ontwikkelingen op het gebied van technologie en ICT. Daar is de laatste decennia inderdaad veel veranderd. Smartphones en mobiel internet waren belangrijke ontwikkelingen, met impact op heel veel levensgebieden. Maar als je wat verder terugkijkt in de tijd blijkt dat er ook vroeger al regelmatig grote en snelle technologische innovaties zijn geweest. Bijvoorbeeld de doorbraak van de TV. Binnen 10 jaar tijd (1960-1970) ging het TV bezit in Nederlandse huishoudens van 10 % naar 80%.

Ook de introductie van de telegraaf gaf in de periode  tussen 1845 en 1855 een zelfde snelle verspreiding te zien. En nog verder terug in de tijd, zagen we dit ook al bij de introductie van de losseletterdrukpers in Europa. De eerste drukpers stond in Mainz in 1457 en in 1500 stonden ze al over heel Europa en waren er al meer dan 20 miljoen boeken gedrukt.

Dit zijn voorbeelden uit de informatietechnologie, maar we zien hetzelfde ook bij vele andere technologieën. In de begindagen van de ruimtevaart bijvoorbeeld zagen we ook daar een razendsnelle ontwikkeling. In 1958 werd de eerste satelliet, de Russische Spoetnik gelanceerd. Drie jaar later werden de eerste mensen al de ruimte ingeschoten en nog geen acht jaar later liepen de eerste mensen al op de maan. Overigens was 1972 het laatste jaar dat er mensen afreisden naar dit hemellichaam. In dit opzicht is de ontwikkeling dus weer in zijn tegendeel omgeslagen. Een zelfde ontwikkeling zagen we bij het vliegtuig en de auto. 16 jaar na de eerste vlucht van de gebroeders Wright vlogen we al non-stop over de Atlantische oceaan. En tussen 1916 en 1928 – het jaar van de grote depressie – nam het autobezit in de VS toe van 10% tot ruim 60%.

We vertellen elkaar dus graag dat alles tegenwoordig steeds sneller verandert. Maar de oude Romeinen hadden een paar duizend jaar geleden al dat zelfde gevoel. Ook zij vonden dat alles ‘tegenwoordig’ steeds sneller gaat.

Laten we daarom nog eens naar de feiten kijken. Wat is er bijvoorbeeld de laatste 20 jaar wezenlijk veranderd in ons huis? Onze tv’s zijn nu groter en platter dan 20 jaar terug en we gebruiken nu led’s in plaats van gloeilampen, maar het meeste is eigenlijk niet echt veranderd. Onze lampen niet, onze kranen niet, de magnetron niet, de wasmachine niet, de koelkast niet, ons bed niet, de tafel niet, de stoelen niet. Ja toch is er één ding dat echt is veranderd. Die spullen zijn nu vaak wel energievriendelijker, luxer en goedkoper dan vroeger. We zijn er met z’n allen (nou ja bijna allen) in materiële zin wel op vooruit gegaan.

Ook buitenhuis is er niet zo heel veel veranderd. We gebruiken nog steeds papieren bankbiljetten en kopen nog steeds papieren kranten en boeken. Wel minder, maar toch. Auto’s, kleding, mode, radio- en televisieprogramma’s, sportevenementen, films, en theatervoorstellingen; allemaal zijn ze niet echt wezenlijk veranderd. En we staan ook nog steeds vaker dan we willen in de file of in de trein van en naar ons werk.

En dan de robots. Ondanks verontrustende berichten dat de robots onze wereld en onze banen zouden gaan overnemen, is het aantal robots in onze fabrieken nog steeds erg beperkt. En daarbuiten zijn ze ook nog niet veel verder gekomen dan stofzuigen en grasmaaien.

Wat wel is veranderd, is het mediagebruik. 20 jaar geleden hadden we nog geen smartphones en gebruikten de meeste mensen nog nauwelijks internet. Maar ook toen kon je al online spullen kopen, waren er al hackers, was er al spam en kon je de encyclopedie al raadplegen op internet.

Als je nu over straat zou lopen in een grote stad is er – los van de mode – weinig veranderd. Ja je ziet nu wel voortdurend mensen op een mobiele telefoon kijken. Maar er is weinig veranderd aan de manier waarop we ons kleden, waarop we werken, recreëren en naar school gaan. Althans hier in het rijke Westen. 

Dat zou je natuurlijk niet opmaken uit de alarmerende verhalen van sommige trendwatchers en uit de koppen in de krant. Als je hen zou moeten geloven, lijkt het wel of we voortdurend op de rand staan van rampen of technische doorbraken. Maar als je 20 jaar, of nog langer, terugkijkt, blijkt zelfs in die alarmerende berichten weinig te zijn veranderd. Al in 1973 beheerste het Rapport ‘Grenzen aan de Groei’ van de Club van Rome maandenlang de media en werd al druk geschreven over de opkomst van China en de komst van de postindustriële samenleving. Zelfs de schokkende gebeurtenissen die het nieuws in de afgelopen 20 jaar domineerden, zouden in 1999 niemand hebben verbaasd. Ook toen lazen we al over bankschandalen, bevolkingsgroei in Afrika en Azië, de opkomst van Azië, wereldwijde recessies, spanningen in het Midden-Oosten en terroristische aanslagen in Europa.

Dramatische veranderingen op sociaal, technologisch en economisch gebied trekken wel veel aandacht maar als we naar de feiten kijken, overheerst de geleidelijkheid en de continuïteit. De verklaring hiervoor is vrij simpel. Ook tijdens perioden van grote veranderingen, zijn er heel veel zaken die niet veranderen.

Allereerst de natuurwetten. Die veranderen niet, hooguit ontdekken we daarin weer nieuwe wetten en verschijnselen. Dat geldt ook voor de menselijke aard, met al onze behoeften, verlangens en zwakheden. Die is zeker ook al zo’n 10.000 jaar niet echt veranderd. Natuurlijk verandert ons gedrag wel, bijvoorbeeld de manier waarop wij onze behoeften bevredigen is veranderd, maar de dieper daaronder gelegen drijfveren blijven onveranderd.

Ook de institutionele kaders veranderen niet of maar zeer langzaam. Hieronder verstaan we de wet- en regelgeving (dit noemen we ook wel ‘de arrangementen’) en de manier waarop wij onze maatschappelijke systemen hebben georganiseerd. Met scholen, ziekenhuizen, rechtbanken, beroepscommissies en nog oneindig veel meer grotere en kleinere organisaties. Wet- en regelgeving verandert zoals bekend maar zeer geleidelijk, meestal na een lang en moeizaam proces van maatschappelijke discussie en beleidsvorming. Organisaties veranderen vaak nog langzamer. Zij lijken zich soms wel te verzetten tegen verandering.

En dan nog een vierde factor: de cultuur. Dit is een heel moeilijk en vrijwel ongrijpbaar begrip, maar het is duidelijk dat er iets bestaat als cultuur. En die cultuur bepaalt  mede hoe wij reageren op de wereld om ons heen. Ook culturele patronen veranderen meestal slechts heel langzaam.

De krachten die de stabiliteit handhaven en die veranderingen tegengaan, noemen we ook wel systeembuffers. Voorbeelden van zulke systeembuffers zijn de wet- en regelgeving, de sociale arrangementen, de gewoonten en tradities, fysieke en logistieke belemmeringen die verandering tegengaan of dempen, ingesleten gedragspatronen, en de tegenmacht van belanghebbenden, leiders op ingegraven posities, en van anderen die belang hebben of denken te hebben bij het handhaven van de status quo.

Ook economische factoren houden vaak verandering tegen. Soms zijn technologische innovaties misschien wel technisch mogelijk en verwacht iedereen ook zo’n innovatie, maar blijken ze dan toch veel te kostbaar en breken ze daarom (nog) niet door. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de vliegende auto’s. Economische systemen zitten vol systeembuffers. Als de prijzen van bepaalde grondstoffen stijgen zal dat leiden tot zuiniger gebruik van deze grondstoffen en tot het zoeken van alternatieven die de prijzen weer doen dalen. De doorbraak van een nieuwe technologie kan ook worden vertraagd door innovaties in bestaande technologieën, of gewoon door de lobbymacht van de ‘oude’ industrieën.

Algemener geformuleerd kunnen wij zeggen dat elke kracht in een systeem tegenkrachten oproept. We zullen daar verderop bij het bespreken van de complexe adaptieve systemen nog op terugkomen, maar eerst zullen wij eens kijken naar ontwikkelingen binnen systemen.

les 22: dramatische veranderingen op sociaal, technologisch en economisch gebied trekken soms wel de aandacht maar als we naar de feiten kijken, overheerst de geleidelijkheid en de continuïteit.

 les 23: de belangrijkste systeembuffers zijn de natuurwetten, menselijke aard, de institutionele kaders, de cultuur en economische wetmatigheden.

les 24: de systeembuffers zorgen ervoor dat een systeem (min of meer) in stand blijft.

© Peter van der Wel  (12019/20)