vragen bij privacy (2008)

Wie goed kijkt, ziet dat we allang midden in een Big Brother samenleving terecht zijn gekomen. Hij of zij ziet ook dat we in de Nederlandse politiek en de publieke meningsvorming geen echte samenhangende afweging zien van de privacy aspecten en de machtsvragen achter deze nieuwe technieken. Hoe we willen omgaan met de spanning tussen privacy aan de ene kant en klantvriendelijkheid, veiligheid, besparingen en gebruiksgemak aan de andere kant? Hoe om te gaan met de keuzevrijheid van de gebruiker? Wie gaat er betalen voor (en verdienen aan) deze nieuwe toepassingen? Wie krijgt de macht over deze toepassingen? Het is de hoogste tijd voor echte samenhangend debat over alle wenselijkheden en mogelijkheden.

Wij associëren gebrek aan privacy vaak met overheidsadministraties, maar in de dorpen of steden van een paar honderd jaar geleden kende men echt veel minder privacy dan wij nu gewend zijn. Iedereen wist (bijna) alles van zijn buren. Wij hebben in Nederland een trauma overgehouden aan de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en wij zijn sindsdien altijd gevoelig gebleven voor privacy kwesties. Toen heeft het systeem van de burgerlijke stand de bezetter ‘goede’ diensten bewezen en niet alleen bij het opsporen en deporteren van joodse ingezetenen. Toen werd ook opeens het gevaar van zo’n systeem duidelijk. Maar verder heeft een goede overheidsadministratie alleen maar voordelen. Alleen wie iets te verbergen heeft, of wie de overheid niet vertrouwt, moet bang zijn voor zo’n systeem. Dat laatste argument vind ik overigens wel sterk. Als de overheid alles van ons wil weten, moeten wij de overheid wel kunnen vertrouwen. Dat vraagt om transparantie, democratie en betrouwbaarheid. Want wie controleert de controleurs? Vertrouwen van de burger in de overheid en haar motieven is daarom essentieel. Daarom pleit ik voor een andere insteek bij het privacydebat.

Hoe kunnen wij er voor zorgen dat wij als burgers voldoende controle-instrumenten hebben om de overheid te kunnen vertrouwen? Want alleen wie de overheid kan vertrouwen, is bereid in vertrouwen zijn of haar gegevens te laten opslaan. Ik pleit daarom voor een breed gevoerd maatschappelijk debat over de kosten en de opbrengsten van privacy. Nu perkt de ene kant stilletjes onze privacy steeds verder in met argumenten als “wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen” of “het is in het belang van de terrorismebestrijding”, terwijl de andere kant alleen maar de mantra van het absolute recht op privacy herhaalt. Zo komen we nooit tot een echt debat.

Het lijkt het me niet meer dan logisch dat je, als je deel wilt uitmaken van een gemeenschap, je je als individu ook kenbaar moet maken voor die gemeenschap. In ruil voor het inleveren van een deel van je privacy krijg je dan bescherming en veiligheid en kun je gebruik maken van de gemeenschapsvoorzieningen en alle gemakken van de samenleving. Je zou het kunnen vergelijken met het betalen van belasting. Daarbij lever je een deel van je inkomen in en daarvoor krijg je ook allerlei voordelen terug.

Een breed gevoerd maatschappelijk debat over de kosten en de opbrengsten van privacy is wat anders dan het debat dat we nu zien tussen specialisten of het debat in de Tweede Kamer. Aan besluitvorming in politiek gaat, als het goed is, een breed maatschappelijke debat vooraf met kennis van zaken en gevolgen. Dit is vooral van belang vanwege wat bekend staat als: ’function creep’. Iedere keer als er een nieuwe nuttige toepassing komt (cameratoezicht bijvoorbeeld) blijkt die ook weer voor andere doeleinden nuttig te zijn (het bekeuren van verkeersovertredingen bijvoorbeeld). Keer op keer blijken daardoor nieuwe maatregelen stilletjes ook te worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor ze in eerste instantie zijn ingevoerd. Wat mij betreft is dat geen probleem, als we eerst met z’n allen hebben besloten dat privacy best verder kan worden ingeperkt en vooral hoe wij als burgers beschermd worden tegen mogelijk misbruik van al die privacy-beperkende maatregelen.

In dat debat zou ik graag ook aandacht willen zien voor het inzetten van de zogenaamde PET’s. De Privacy Enhancing Technologies. Dat zijn technische oplossingen die de privacy beschermen en toch betere dienstverlening of terrorisme- en criminaliteitsbestrijding mogelijk maken. De ICT levert ons namelijk niet alleen datakoppelingen en biometrie, maar ook bijvoorbeeld encryptie. Met behulp van encryptie kunnen persoonsgegevens, identiteitsbewijzen en zelfs telefoongesprekken volledig geanonimiseerd worden. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk een blanco, maar wel biometrisch beveiligde pas te maken, die je kunt gebruiken voor overheidsdiensten en zelfs als legitimatiebewijs. Die pas is blanco en er is dus niets op te zien, maar de chip daarin garandeert dat de gebruiker bevoegd is om bijvoorbeeld de grens te passeren, of een uitkering te ontvangen of auto te rijden. Met behulp van encryptie kan zo wel worden nagegaan of ik recht heb op een uitkering, of om die auto te besturen, maar zonder dat iemand kan nagaan wie ik ben. Want daarvoor is het niet nodig je te identificeren. Zo’n blanco pas met biometrische beveiliging werkt alleen als de rechtmatige eigenaar hem gebruikt. Met PETS’s kunnen we dus van alles controleren en houden we tegelijkertijd ook de privacy van onschuldige burgers in stand.

Ik ben bijvoorbeeld ook een voorstander van de invoering van het Elektronisch Patiënten Dossier. Maar waarom moet mijn dossier worden opgeslagen in een centrale database? Dat is een goudmijn voor hackers en al te nieuwsgierige zorgverleners en ziektekostenverzekeraars. Ook hier kan een privacycard met daarop mijn gegevens die ik ter beschikking stel aan wie en wanneer ik het wil, bijna al de functies leveren van een centraal EPD, zonder de nadelen.

Ik zou dan overigens in dat debat ook nog een heel ander element willen meenemen. We zouden het inperken van privacy ook als een meer humaan alternatief van gevangenisstraf kunnen inzetten. Gevangenisstraf ofwel vrijheidsbeperking is een zware straf, die diep ingrijpt in iemands persoonlijk leven en vaak ook van zijn directe omgeving. Gevangenisstraf is ook een kostbare straf die de gemeenschap per dag veel geld kost en een straf met nogal wat negatieve bijwerkingen. Al is het alleen maar het risico van recidive. In de gevangenis schijn je immers maar weinig goeds te leren. Waarom bestraffen we personen die zich niet goed kunnen gedragen niet met privacybeperking in plaats van vrijheidsbeperking? Fraudeurs die bewezen hebben dat ze herhaald in dezelfde fouten vervallen, kunnen we bijvoorbeeld ook met naam en toenaam via internet bekend maken. En dat geldt voor veel meer soorten misdrijven en zware overtredingen. Snelheidsovertreders, geweldsovertreders, frauderende accountants en andere beroepsbeoefenaars. Zo’n digitale schandpaal lijkt mij, mits met de nodige waarborgen omkleed, een stuk humaner dan de gevangenis.

(c) Peter van der Wel 2008 

PS: Stuur deze blog vooral door naar collega’s en vrienden!  Kreeg u ’m zelf doorgestuurd?  Abonneer u  hier gratis

PPS: Wilt u maandelijks als eerste mijn nieuwste blog ontvangen? Geef u  hier  op voor gratis toezending