iedereen doet mee

We leven in de participatiemaatschappij, waarin iedereen mee mag, nee, mee moet doen. Iedereen man, vrouw, mensen met beperkingen, sociaal zwakkeren, langdurig werklozen, zelfs ouderen moeten langer mee blijven doen. Dat vraagt om de inzet van een ieder, dat vraagt om solidariteit en mantelzorg en dat vraagt om de inzet van nieuwe technologie, zoals de robot, die mensen mobiel houdt, hun beperkingen compenseert of zelfs opheft. Maar wie moet dat betalen? 

Waar halen we de tijd vandaan om te mantelzorgen? Wie betaalt die nieuwe sociaal economische arrangementen waarin ook de mensen die minder dicht bij de arbeidsmarkt staan mee kunnen doen? Wie betaalt de inzet van nieuwe technische hulpmiddelen? Het antwoord is simpel. De technologische vooruitgang zelf.

Meer dan een betaalde baan
Mensen zijn niet op aarde om te werken, om geld verdienen, om spullen te kunnen kopen. Dat is een veel te eendimensionaal mensbeeld. We zijn niet alleen consumenten of werknemers, maar ook vader, moeder, gezinslid, lid van een vereniging, van een gemeenschap, een vriendenkring. Wij beleven ook plezier aan creativiteit, sport en cultuur. Vinden het leuk om iets met onze handen te doen, te knutselen, te koken of om ons huishouden op orde te houden. We hebben onze hobby’s, sporten, lezen, wandelen, ontwikkelen onszelf en houden ons bezig met kunst of wetenschap. Wij ontlenen meestal ook genoegen aan het er zijn voor anderen: in het vrijwilligerswerk, in de politiek, voor onze vrienden of onze familie. Al deze andere aspecten van het leven zijn zeker zo belangrijk voor ons geluk dan het hebben van een betaalde baan.

We verliezen van machines en robots
Toch is ons sociaal economisch systeem geheel ingericht op werken om geld te verdienen, om spullen te kunnen kopen. We leven dan ook in een systeem waarin arbeid wordt gezien als koopwaar. We verkopen op de arbeidsmarkt onze tijd om geld te verdienen. Maar op die arbeidsmarkt concurreren mensen niet alleen met elkaar maar ook met machines. Die machines kunnen steeds meer, worden steeds beter, steeds sneller, steeds slimmer, kunnen steeds goedkoper produceren.

Die concurrentie verliezen we op den duur. Hele gebieden van de arbeidsmarkt zijn intussen al overgenomen door machines en productierobots. De komende jaren zal dat ook gaan gelden voor beroepen als accountants, advocaten, architecten, artsen, apothekers, ambtenaren. (om ons maar even te beperken tot de letter A).

Schaarser werk eerlijker verdelen
Dat betekent dat wij voor deze mensen nieuw werk moeten bedenken dat niet door die robots kan worden overgenomen. Of we zullen moeten accepteren dat er niet langer voor iedereen een fulltime baan beschikbaar zal zijn. Daarom hebben we een ander, nieuw economisch arrangement nodig hebben. Een arrangement waarin niet langer betaald werk centraal staat. Waarin solidariteit en participatie centraal staan. Als werk schaars wordt, zullen we dat werk eerlijker moeten verdelen. Niet langer een elite die dik betaald werk heeft en afvallers die blij mogen zijn met de kruimels.

Iedereen krijgt dan bijvoorbeeld recht op pakweg twee of drie dagen betaald werk. Na zo’n herverdeling van het werk heeft iedereen tijd voor die andere belangrijke aspecten van het menszijn. Zorgen voor elkaar, voor je eigen huishouden, persoonlijke groei, nou ja wat ik hiervoor al noemde als belangrijke bronnen van geluk.

De meerwaarde eerlijker verdelen
En wie zal dat betalen? Nou heel simpel. Die robots. Uit de meerwaarde die die robots gaan produceren, kunnen we dit nieuwe arrangement betalen. Als die machines onze auto’s gaan rijden, onze jurkjes gaan maken en alle voedsel gaan kweken, komt er niet alleen een heleboel arbeidstijd vrij. Er komt ook een enorme hoeveelheid bijna gratis (of in ieder geval heel goedkope) producten beschikbaar. En tot op heden dragen robots geen jurkjes, laten ze zich nog niet rond rijden in auto’s, en eten ze geen groente.

Dat betekent wel dat die meerwaarde niet moeten toevallen aan een kleine groep bezitters van machines, robots en andere kapitaalgoederen. Zoals onlangs ook weer betoogd door Piketty, komen de robots en andere kapitaalgoederen voort uit het gezamenlijke werk van onze voorouders. Daar moeten we allemaal van profiteren en niet alleen de toevallige bezitters van het kapitaal.

De richting is duidelijk
Natuurlijk besef ik dat dit nieuwe arrangement ook weer nieuwe vragen oproept. Moeten we dan bijvoorbeeld toe naar een vorm van basisinkomen voor iedereen? En wat doen we met al die mensen die (nog niet) in een land wonen waar de welvaart zo hoog is dat dit kan worden ingevoerd? Maar dat zijn vragen om uitgewerkt te worden. De richting is duidelijk. De robots gaat heel veel van het vervelende en saaie routine werk overnemen. We kunnen eindelijk mens worden.

©  Peter van der Wel 2014