Technologische ontwikkeling heeft in economisch opzicht twee effecten. Ten eerste stelt het ons in staat om dingen te doen die tot die tijd onmogelijk waren. Gesprekken voeren over langere afstanden, openhartoperaties, naar de maan reizen. Het maakt dus nieuwe mogelijkheden beschikbaar. Dat is het eerste effect. Het tweede effect is dat het bestaande productieprocessen goedkoper maakt. We kunnen dankzij technologische vondsten meer doen met minder of goedkopere grondstoffen, minder arbeid of minder energie. Of in economentaal: we krijgen meer output voor minder input.
Van kostenreductie naar prijsdaling
In dit essay wil ik de economische gevolgen onderzoeken van dit tweede effect. Ik veronderstel dat door de technologische ontwikkeling niet alleen de kosten maar ook de prijzen zullen dalen. We komen dan in een wereld waarin de prijzen bewegen in de richting van nul.
De overgang naar zo’n wereld begint met een geleidelijke erosie van kosten. In eerste instantie verandert er ogenschijnlijk weinig. Hernieuwbare energie wordt goedkoper, automatisering efficiënter, digitale productie vrijwel kosteloos. Bedrijven merken dat hun kosten dalen, soms langzaam, soms abrupt. Concurrentie dwingt hen om een deel van die kostenreductie door te geven in lagere prijzen. Dat gebeurt sector voor sector. Elektronica, dataopslag, software en energie laten al zien hoe prijsdruk structureel kan zijn zonder dat daar een crisis aan voorafgaat. Het is geen instorting, maar een stille deflatie.
De inhaalbeweging van mondiale vraag
Die dalende kosten leiden in eerste instantie niet alleen tot dalende prijzen, maar ook tot een uitbreiding van de productie. Zodra producten goedkoper worden, wordt eerder onbetaalbare vraag plotseling effectief. Miljarden mensen die tot dan toe geen toegang hadden tot betrouwbare energie, degelijke huisvesting, infrastructuur of digitale diensten, krijgen die mogelijkheid nu wel.
Wat eerst economisch “niet rendabel” was, wordt nu haalbaar. De productiecapaciteit wordt in deze fase uitgebreid en ingezet voor een inhaalbeweging. Mondiale armoede vermindert, infrastructuur wordt vernieuwd en technologische middelen worden ingezet om achterstanden weg te werken.
De economie van herstel
Tegelijkertijd ontstaat een tweede, minder vaak benoemde vraag: de vraag naar herstel. Als energie en arbeid goedkoper worden, wordt natuurherstel economisch uitvoerbaar op grote schaal. Bossen kunnen worden hersteld, wetlands opnieuw aangelegd, bodems geregenereerd.
Productiecapaciteit wordt dus niet alleen ingezet om meer te maken, maar ook om schade uit het verleden te repareren. In deze periode groeit de reële productie sterk, maar zonder noemenswaardige inflatie, omdat de kostenbasis blijft dalen.
Het verdwijnen van de loon-prijsspiraal
Naarmate artificiële arbeid (robotisering en AI) zich verder verspreidt, verandert de prijsstructuur fundamenteel. Lonen, die historisch de grootste kostencomponent vormden, verdwijnen geleidelijk uit de kostprijs van veel goederen en diensten. De loon-prijsspiraal verliest zijn betekenis. Producten bevatten steeds minder menselijke tijd. Daarmee verdwijnt een belangrijke bron van inflatie.
Wat resteert zijn de kosten van energie, materiaal en kapitaal, maar ook daar dalen de kosten door technologische ontwikkeling.
Overcapaciteit en verzadiging
Wanneer de grootste latente behoeften zijn vervuld en de productie-infrastructuur op peil is, ontstaat er een mogelijke overcapaciteit. De productie kan dan sneller groeien dan de fundamentele vraag. Mensen zijn voorzien in hun basisvoorzieningen, ecosystemen zijn hersteld en worden duurzaam beheerd, en verdere consumptie is meer een kwestie van voorkeur dan van noodzaak.
In die situatie verandert de aard van concurrentie. Producenten concurreren niet meer om onvervulde basisbehoeften, maar om marginale variaties in smaak en comfort.
De structurele beweging naar nul
Hier begint de echte prijsdruk. Wanneer capaciteit ruimer is dan vraag en toetreding eenvoudig blijft, kan elke aanbieder met een minimale prijsverlaging de volledige markt naar zich toe trekken. De prijs beweegt dan richting de marginale kosten. En als die marginale kosten bijna nul zijn, beweegt de prijs mee naar beneden.
Dat gebeurt niet van de ene dag op de andere, maar als een structurele tendens. Eerst in gestandaardiseerde goederen, daarna in complexere producten en uiteindelijk ook in diensten die grotendeels geautomatiseerd zijn.
Van economische naar culturele nulprijs
Tegelijkertijd verandert het verwachtingspatroon van consumenten. Als men gewend raakt aan gratis software, bijna gratis energie en extreem lage productprijzen, wordt het steeds moeilijker om voor vergelijkbare goederen nog een substantiële prijs te vragen. Wat technisch goedkoop is geworden, wordt cultureel ook als “gratis” beschouwd. De prijs wordt niet alleen economisch ondermijnd, maar ook normatief.
Wat blijft er over van de prijs?
Aan het einde van dit proces verdwijnt de prijs niet volledig uit de samenleving, maar verliest hij zijn dominante rol in de massaproductie. Wat overblijft zijn tijdelijke congesties, luxevarianten, unieke locaties of exclusieve menselijke ervaringen. Maar voor de bulk van de materiële goederen geldt dan dat de prijs de marginale kosten volgt. En als die kosten nagenoeg nul zijn, nadert ook de prijs nul.
Nulprijzen als eindpunt, niet als begin
De weg naar nulprijzen is geen plotselinge sprong in een wereld van overaanbod, maar een lange golfbeweging. Eerst dalen de kosten. Daarna wordt de latente vraag vervuld. Vervolgens worden achterstanden ingehaald en ecosystemen hersteld. Pas wanneer die fase is doorlopen en capaciteit structureel ruimer is dan de fundamentele behoefte, komt de volledige prijsconcurrentie tot uitdrukking.
Een nulprijs is geen startpunt, maar het eindpunt van een proces van mondiale inhaal- en herstelgroei.
Peter van der Wel (12026)
PS: Vanuit mijn achtergrond als econoom en toekomstonderzoeker kijk ik naar technische ontwikkelingen in een bredere maatschappelijke context. Vandaar deze economisch-politieke beschouwing over de toekomst van ons economisch systeem.
Ben je het eens met de boodschap van deze blog? Post hem op de socials en/of stuur hem door naar een collega of vriend waarvan je denkt dat ze hem ook interessant zullen vinden! Kreeg je ’m zelf doorgestuurd? Abonneer je hier gratis op nieuwe blogs.
PPS: Reacties zijn welkom. Je kunt ze mailen naar mijn mailadres.
