De robot neemt je baan over. En dat is goed nieuws.

(leestijd 4 minuten)

Een magazijnmedewerker bij Bol.com verdient gemiddeld €14 per uur. Een robot werkt nu voor €10 per uur – en die prijs daalt snel richting €1.

We praten veel over kunstmatige intelligentie. Maar er speelt iets wat nog ingrijpender is, en dat zien we bijna over het hoofd. De opkomst van de humanoïde robot als artificiële arbeidskracht. Niet een paar slimme machines in een distributiecentrum. Nee, robots die in vrijwel elk beroep taken overnemen van mensen. In de zorg, de supermarkt, de fabriek, de bouw.

Dit is geen sciencefiction meer. De kosten van robotarbeid liggen nu rond de tien euro per uur. Vóór 2035 kan dat dalen naar minder dan één euro. Vóór 2045 mogelijk zelfs onder de tien cent. Op het moment dat een robot goedkoper werkt dan een mens, verandert er iets structureels in de economie. Iets wat moeilijk meer te stoppen is.

Robots hebben geen banen. Ze voeren taken uit. Dat klinkt als een technisch onderscheid, maar het is cruciaal. Zolang een robot niet zelfstandig denkt of handelt, is hij een uitvoerder – van taken die mensen tot nu toe deden. En die taken worden steeds ingewikkelder.

Wat maakt dit zo anders dan eerdere technologische golven? Het gaat om de marginale kosten. Als jij een extra uur werkt, kost dat een extra uur loon. Als een robot een extra uur draait, kost dat vrijwel niets. In economentaal: de marginale kosten naderen nul. Dat betekent dat productie, distributie en dienstverlening allemaal goedkoper kunnen worden. Veel goedkoper.

En dat heeft een sneeuwbaleffect. Goedkope robotarbeid maakt energie-infrastructuur goedkoper om te bouwen. Goedkope energie maakt robotarbeid nog goedkoper. Hetzelfde zien we in logistiek en landbouw. We bewegen van een economie gebaseerd op schaarste naar een economie gebaseerd op overvloed.

Dat klinkt abstract, maar het is heel concreet. Werk dat nu blijft liggen – omdat er te weinig mensen zijn, of omdat het te duur is – kan straks op grote schaal worden uitgevoerd. Denk aan zorgverlening, onderhoud van openbare ruimte, onderwijs, renovatie van woningen. Artificiële arbeid voegt niet alleen productiecapaciteit toe. Ze maakt dingen mogelijk die nu simpelweg niet van de grond komen.

Natuurlijk leidt dit op termijn tot technologische werkloosheid. Vroeger werden banen vernietigd door machines maar kwamen er nieuwe banen voor terug, omdat die nieuwe banen alsnog door mensen moesten worden gedaan. Deze keer is dat anders. De robot doet ook die nieuwe taken.

Maar dat gaat niet van de ene op de andere dag. De vraag naar arbeid is nu zo groot en divers dat er eerst een lange overgangsperiode komt. Die periode biedt een echte kans. De tijd om nieuwe afspraken te maken over hoe we de opbrengsten van deze revolutie verdelen. Denk aan een verschuiving in het belastingstelsel: minder belasting op arbeid, meer op kapitaal en vermogen; niet als straf, maar als aanpassing aan een wereld waarin arbeid niet langer de dominante productiefactor is. Denk aan nieuwe vormen van eigenaarschap van productietechnologie, zodat de opbrengsten breder gedeeld worden. Of aan onderwijs dat mensen voorbereidt op een samenleving waarin niet werk, maar bijdrage centraal staat – aan gemeenschap, zorg, kennis en cultuur.

Eeuwenlang hebben we onze samenleving gebouwd rond arbeid. Werk organiseerde niet alleen productie, maar ook inkomen, status en eigenwaarde. Als arbeid steeds minder schaars wordt, komt dat fundament onder druk. Maar dat is geen ramp. Het is een uitnodiging om opnieuw na te denken over wat we werkelijk waardevol vinden.

De geschiedenis geeft reden tot optimisme. Economische revoluties hebben altijd institutionele vernieuwing afgedwongen – en voortgebracht. De industriële revolutie bracht vakbonden, sociale zekerheid en democratisering. Niet vanzelf, en niet zonder strijd. Maar ze kwamen er. De revolutie van artificiële arbeid zal opnieuw zulke keuzes afdwingen. En die zullen we opnieuw maken.

Want wat we eigenlijk allemaal al weten: de werkelijk schaarse factor was nooit arbeid. Het was altijd al aandacht, verantwoordelijkheid en betekenis – het vermogen om samen richting te geven aan een wereld die dat nu eindelijk toelaat.

Wil je begrijpen hoe dat mechanisme werkt? Begin hier: De Economie van Overvloed

Peter van der Wel (12026)

PS: Vanuit mijn achtergrond als econoom en toekomstonderzoeker kijk ik naar technische ontwikkelingen in een bredere maatschappelijke context. Vandaar deze economisch-politieke beschouwing over de toekomst van ons economisch systeem.

PPS: Dit artikel verscheen eerder in De Optimist.

PPPS: Ben je het eens met de boodschap van deze blog? Post hem op de socials en/of stuur hem door naar een collega of vriend waarvan je denkt dat ze hem ook interessant zullen vinden!  Kreeg je ’m zelf doorgestuurd?  Abonneer je hier gratis op nieuwe blogs.

PPPPS: Reacties zijn welkom. Je kunt ze mailen naar mijn mailadres.