In het artikel hiervoor hebben we gezien hoe je met een simpel economische model kunt aantonen dat meer inkomen na een kantelpunt gaat leiden tot minder welvaart. In dit artikel wil ik onderzoeken hoe we met model problemen rondom klimaat, grondstoffenschaarste en armoede in de wereld kunnen aanpakken.
Ik las eens een prachtig artikel waarin ons economisch systeem vergeleken werd met de toren van Babel. Aan beide projecten werd eeuwen lang gewerkt. Zolang, dat niemand meer precies weet wat het doel ook alweer was. Wagens met stenen en bouwmaterialen gaan onophoudelijk omhoog. Intussen torent het gigantische object ver boven de wolken uit. Overal zijn metselaars, timmerlieden en andere werklieden druk in de weer. De meeste wagens met stenen, bouwmaterialen, voedsel, enzovoort, zijn inmiddels hard nodig voor herstel en onderhoudswerkzaamheden onderweg. Ze komen vaak niet verder dan halverwege de kilometershoge toren. Intussen zitten beneden bij de ingang de mannen van het ‘Centraal Bureau voor de Statistiek’ druk te turven. Volgens de statistieken gaat het goed met het project. ‘Vandaag gaan er weer meer wagens omhoog dan gister. Ook dit jaar gingen er weer meer wagens omhoog dan vorig jaar’. Ondertussen heeft niemand in de gaten dat die wagens allang niet meer de top halen en dat de omgeving tot ver in de omtrek is leeggeroofd van hout, bouwmaterialen, voedsel en andere grondstoffen.
Deze vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op maar verduidelijkt wel veel. Want waar doen we het ook weer allemaal voor? De zeeën raken zo langzamerhand leeggevist, de grondstoffen uitgeput, de tropische regenwouden worden omgekapt en steeds meer dier- en plantensoorten sterven uit. Niet alleen raken onze natuurlijke hulpbronnen uitgeput, ook het milieu lijdt zwaar onder onze consumptiedrift. Oppervlaktewater raakt vervuild, de ozonlaag krimpt, de poolkappen verdwijnen. Hierbij komt ook nog het verdelingsvraagstuk. Een derde van de mensheid gebruikt twee derde van alle grondstoffen. Twee derde deel van de mensheid leeft in meer of minder ernstige armoede. Honderden miljoenen mensen leven zelfs onder het bestaansminimum, zijn ondervoed en hebben geen toegang tot regulier onderwijs of goede gezondheidszorg. En we slagen er maar niet in om deze problemen op te lossen. Deze drie problemen, namelijk onderontwikkeling, milieuvervuiling en het uitputten van onze natuurlijke hulpbronnen, wil ik daarom ook opnemen in het multidimensionale, economische model uit deel 1.
Milieuneutraal en duurzaam produceren en consumeren
In theorie is de hoeveelheid energie en grondstoffen die uit de natuur kan worden gehaald, en de hoeveelheid afval die er in kan worden teruggebracht, onbeperkt. De sleutel daarvoor is echter energie. We hebben daar echt heel veel energie voor nodig. En de manier waarop wij nu energie produceren en gebruiken, vervuilt het milieu en put de aarde uit. Langzamerhand is het voor de meesten van ons wel duidelijk dat in een duurzaam economisch systeem, de toegevoegde waarde, ofwel de productie, alleen kan groeien zolang grondstoffen worden hergebruikt en het milieu niet langer wordt vervuild. Met andere woorden: steeds meer mensen vinden het belangrijk dat de productie milieuneutraal plaatsvindt en dat er geen fossiele brandstoffen meer worden verbruikt.
In deel 1 van dit artikel hebben we een formule ontwikkeld waarmee we ook de negatieve externe effecten, zoals de schade aan het ecosysteem, kunnen meerekenen bij het bepalen van de hoogte van de welvaart. Ik ga er nu voor de redenering van uit, dat alle negatieve externe effecten kunnen worden teruggebracht tot vervuiling. Vervuiling is dan de optelsom van alle milieu-, horizon-, water-, bodem-, lucht-, licht- en akoestische vervuiling. Dit is dus de milieuschade in bredere zin, inclusief alle vormen van aantasting van het natuurlijke milieu. Deze milieuschade kunnen we ook meten, bijvoorbeeld het verbruik van niet-vernieuwbare brandstof, het verbruik van niet-herbruikbare grondstoffen, en de uitstoot van niet-afbreekbare en/of schadelijke stoffen.
In symbolen ziet dat er dan zo uit: A = G + F + V
- A = negatieve externe effecten = de totale vervuiling = milieuschade
- G = het verbruik van niet-recyclebare grondstoffen
- F = de hoeveelheid verbruikte fossiele brandstoffen
- V = de hoeveelheid ‘levensvijandige’ uitstoot.
We hebben in artikel 1 ook al verondersteld dat de negatieve externe effecten (E) gelijk zijn aan de helft van het Nationaal Inkomen (Y). E = 0,5Y. Nu kunnen we de milieuschade gelijk stellen aan de negatieve externe effecten. We mogen dan A gelijk stellen aan E. Stel nu dat we de milieuschade willen halveren. We dienen dan de hoeveelheid negatieve milieueffecten per eenheid Y met 50 procent terug te brengen.
Dat levert een enorme uitdaging op voor ontwerpers en technologen. Ze moeten dan de hoeveelheid verbruikte energie, schaarse grondstoffen en milieuvervuiling per eenheid product met 50 procent zien terug te brengen. Dat moet echter wel mogelijk zijn. We vinden immers ieder jaar weer goedkopere en efficiëntere manieren van produceren uit.
We gaan hierbij uit van het bestaande niveau van productie en consumptie. Dus dat we met z’n allen evenveel blijven produceren en consumeren. In werkelijkheid nemen productie en consumptie mondiaal nog steeds ieder jaar toe. En we gaan er hierbij dus ook vanuit dat de rest van de wereld hun economische achterstand ten opzichte van het rijke Westen landen niet inloopt.
Het is natuurlijk niet zo dat iedere activiteit het milieu evenveel belast. Een spelletje schaak is milieuvriendelijker dan een uurtje met een speedboot varen, maar levert voor een schaakliefhebber niet per sé minder plezier op. Een spelletje schaak is overigens wel slechter voor het Nationaal Inkomen. Het levert namelijk geen inkomen op, tenzij je iemand anders (je tegenstander, de eigenaar van het schaaklokaal, of de website) betaalt om te mogen schaken.
Er zijn veel voorbeelden te bedenken van milieuvriendelijker productie. Je schoenen laten repareren in plaats van de oude weg te gooien en nieuwe te kopen, is er één. In een elektrisch auto rijden is een ander voorbeeld. Zulke voorbeelden tonen aan dat het mogelijk is om in de productie en consumptie tot een verschuiving te komen naar milieuvriendelijker producten. Als we voor die milieuvriendelijker producten dezelfde prijs gaan betalen als voor milieuonvriendelijke producten, blijft het Nationaal Inkomen even hoog. Tegelijkertijd produceren we duurzamer.
Zoals we in artikel 1 al zagen, bestaat er een duidelijke relatie tussen de hoeveelheid vervuiling en de omvang van het Nationaal Product. Er bestaat dus ook een duidelijke relatie tussen vervuiling en de hoogte van het Nationaal Inkomen. In onze eerder ontwikkelde formule drukten we dat uit in E = e.Y. De voorbeelden hierboven laten zien dat we kunnen kiezen voor meer of minder milieuvriendelijke productie en consumptie; e is dus geen constante. Als we de hoeveelheid vervuiling terug willen brengen, moeten we A zo klein mogelijk maken.
De noodzaak van het verkleinen van A is veel groter dan wij wellicht denken. Stel dat de milieuschade A gelijk is aan 0,5Y en dat we A willen halveren. Veronderstel verder dat we als rechtgeaarde wereldverbeteraars naar een gelijkmatiger (dat lijkt me ook rechtvaardiger) welvaartsverdeling op aarde toe willen. Op dit moment consumeert de bevolking in de rijke landen per persoon zeker vijf keer zoveel als de overige 80 procent van de wereldbevolking. Bij een gelijke verdeling van materiële welvaart en een gelijkblijvend consumptieniveau
in de rijke landen zou de totale mondiale productie in de sectoren markt en overheid (Y) dan bijna moeten verdrievoudigen. Althans, als we ervan uitgaan dat het ‘rijke’ deel van de wereldbevolking geen daling van materiële welvaart accepteert en het ‘arme’ deel evenveel per persoon gaat consumeren als het rijke deel. Wereldwijd zijn de externe effecten dan driemaal zo groot. We moeten A terugbrengen van 0,5 naar 0,16 – alleen al om de hoeveelheid milieuschade gelijk te houden. Als we de milieuschade ook nog willen halveren, dan moet A nog verder omlaag, namelijk van 0,16 naar 0,08. Veronderstel tot slot dat de wereldbevolking de komende dertig jaar zal toenemen van 9 naar 12 miljard mensen. We kunnen dan opnieuw een berekening maken tot hoever de waarde van e moet worden teruggebracht.
Ook hier geldt dat u zonder problemen de berekening hieronder kunt overslaan als u er geen zin in heeft.
De hoeveelheid milieuschade per eenheid Nationaal Product (Y) dient volgens deze berekening te worden teruggebracht van 0,5 naar 0,06. Dat is een afname van ruim 95 procent. In theorie is dat mogelijk. We moeten het alleen maar willen. Zoals we eerder zagen, doet de reden van de productie in economische zin niet ter zake. Voor de economische analyse maakt het niet uit waarom we produceren en wat we produceren.
Stel de totale consumptie in de sector Y in rijke landen op 120 eenheden. De totale consumptie in de rest van de wereld is dan 96 eenheden. De totale productie (= consumptie) in de hele wereld komt dan op 216 eenheden.
Om alle 12 miljard mensen op het niveau van de rijke landen te brengen moet Y toenemen met 600 eenheden. Om 12 miljard mensen op het niveau van de rijke landen te brengen moet Y zelfs toenemen tot 900 eenheden.
De huidige waarde van A is 0,5.
De huidige hoeveelheid milieuschade (A) is dan 0,5 x Y = 108 eenheden.
Om de milieuschade te halveren moet A worden teruggebracht tot 54 eenheden.
- is nu dus 0,5Y. De te bereiken waarde van A wordt dan:
A.Y = 54 ; A . 900 = 54 ; A = 54/900 = 0,06
Drie manieren om milieuvriendelijker en duurzamer te produceren
Stel, ons uitgangspunt is nog steeds milieuvriendelijker en duurzamer produceren. Zoals we eerder hebben gezien, kan het gebruik van meer informatie en kennis bij de productie van goederen de milieuschade beperken. Technologen en ontwerpers hebben die informatie en kennis hard nodig als ze de hoeveelheid gebruikte grondstoffen, fossiele brandstoffen en de hoeveelheid milieuvervuiling per eenheid product met 95 procent moeten zien terug te brengen. Bedenk daarbij dat deze berekening niet is gebaseerd op de oorspronkelijke waarde van de milieuschade (A). De noodzakelijke beperking met 95 procent is alleen opgelegd door de gestelde uitgangspunten, namelijk groei van de wereldbevolking, de gewenste gelijkmatige welvaartsverdeling en de gewenste halvering van de milieuschade. We moeten ons hierbij ook realiseren dat we ondanks de geweldige inspanning die dit zou vragen, alleen nog maar een halvering van de milieuschade hebben bereikt. Dat is nog lang geen milieuneutrale productie.
Toename van kennis en informatie kan bovendien de belasting van het milieu helpen terugdringen. Zoals we eerder al hebben gezien, kunnen we kiezen welke producten we onze productiemachine laten voortbrengen. We kunnen ook kiezen voor producten die wel de welvaart verhogen, maar die geen of nauwelijks beslag leggen op schaarse hulpbronnen. Ik bedoel daarmee immateriële producten, zoals diensten en kennisproducten. Dit zien we nu al overal om ons heen gebeuren. Wij kopen steeds vaker niet-materiële producten. De gedeeltelijke vervanging van materie door kennis en informatie die wij nu zien, kan verder worden gestimuleerd met fiscale maatregelen. De werkelijke prijs van vervuiling en van schaarse energie zou bijvoorbeeld doorberekend kunnen worden in de verkoopprijs van materiële producten. Hiertoe moeten we ons belastingsysteem ‘vergroenen’. Door het belasten van het verbruik van onvervangbare grondstoffen en fossiele energie bij een gelijkblijvend Nationaal Inkomen en Nationaal Product, verschuift de productie naar duurzamer producten.
Een tweede manier om milieuvriendelijker te produceren, is het elimineren van afval. Hiervoor verwijs ik naar de ‘cradle to cradle’, of C2C-filosofie. In deze visie bestaat er geen afval meer. Alle vervuiling en alle eindproducten kunnen worden hergebruikt en vormen op hun beurt de grondstof voor nieuwe producten.
De derde en meest simpele strategie is minder produceren en minder consumeren. We putten nu in een razend tempo onze natuurlijke hulpbronnen uit. Ik vrees dat onze kleinkinderen zullen denken dat deze tijd één groot onverantwoord ‘erop los leven’ is geweest, waarbij werd geconsumeerd alsof er geen toekomst bestond. Een direct gevolg van minder produceren en consumeren, is dat wij minder hoeven te werken en dat het milieu wordt ontzien. Deze strategie betekent overigens niet dat we voortaan droog brood moeten eten. Door de toegenomen kennis en arbeidsverdeling, is de productiviteit zodanig toegenomen dat we allang bevrijd zijn van de noodzaak om hard en lang te moeten werken.
De productiemachine is in Nederland tegenwoordig zo efficiënt, dat 10 procent van de Nederlandse beroepsbevolking gemakkelijk de totale Nederlandse bevolking zou kunnen voeden, huisvesten en vermaken. Als we die 10 procent werk ‘eerlijk’ zouden verdelen, hoeven we allemaal maar een klein deel van de week te werken. We kunnen dan volstaan met misschien één of hooguit twee dagen werken per persoon per week. Ik zou het zelf wel weten: meer vrije tijd, tijd voor mezelf en voor mijn naasten, tijd om te genieten van de laatste resten ongerepte natuur, een boek te lezen of te schrijven, enzovoort. Als iedereen dat kan doen, gaan we er allemaal op vooruit.
Een verbeterde formule voor een betere wereld
Het multidimensionale, economische model dat ik heb ontwikkeld in deze twee artikelen is een verbetering op de gangbare modellen. Het beperkte inkomensbegrip is hierbij aangevuld met aandacht voor zaken als milieu, de thuisproductie, de externe effecten en andere immateriële zaken die doorgaans niet in economische modellen en redeneringen voorkomen. Ik ben ervan overtuigd dat de bruikbaarheid en de werkelijkheidswaarde van de economische theorie door deze verbeterde formule groter wordt. In enkele vervolg artikelen zal ik op basis van dit multidimensionale model aanbevelingen doen voor een beter economisch beleid, zodat we meer rekening kunnen houden met immateriële vragen en zaken.
Peter van der Wel (2010)
PS: Vanuit mijn achtergrond als econoom en toekomstonderzoeker kijk ik naar technische ontwikkelingen in een bredere maatschappelijke context. Vandaar deze economisch-politieke beschouwing over de toekomst van ons economisch systeem.
PPS: Dit artikel is een licht geactualiseerde versie van hoofdstuk 8 uit mijn boek: Economie voor Wereldverbeteraars.
PPPS: Reacties zijn welkom. Je kunt ze mailen naar mijn mailadres.
PPPPS: Ben je het eens met de boodschap van dit artikel? Post hem op de socials en/of stuur hem door naar een collega of vriend waarvan je denkt dat ze hem ook interessant zullen vinden! Kreeg je ’m zelf doorgestuurd? Abonneer je hier gratis op nieuwe blogs.
