Hiervoor zagen we al dat er regelmatig onverwachte gebeurtenissen plaatsvinden die maken dat ‘de toekomst’ er opeens heel anders uitziet dan we vooraf hadden gedacht. We zagen eerder dat futurologen dat soort externe schokken wel ‘wildcards’ noemen. Een heel extreem voorbeeld deed zich zo’n 66 miljoen jaar geleden voor met de inslag van een gigantische komeet vlak voor de kust van het huidige Mexico. Dit schijnt te hebben geleid tot het uitsterven van de dinosaurussen als dominante soort op aarde. Dat was met recht een ‘wildcard’ met een enorme impact op de hele aarde.
In blok 3 hebben we gezien dat de sociale werkelijkheid bestaat uit heel veel elkaar deels overlappende systemen en subsystemen die elkaar vaak direct of indirect beïnvloeden. In dit blok zullen we het hebben over onverwachte gebeurtenissen van buiten een systeem die kunnen leiden tot een crisis in dat systeem. Wildcards zijn per definitie onverwacht, maar ze zijn tot op zekere hoogte toch te voorspellen. Als we naar de geschiedenis van de aarde kijken, blijken zulke impactvolle gebeurtenissen namelijk vaker voor te komen. Zo was het jaar 536 misschien wel het slechtste jaar ooit om in te leven. In het voorjaar van 536 vonden er namelijk gigantische vulkaanuitbarstingen plaats waarschijnlijk ergens in IJsland of Noord-Amerika.
De gevolgen waren catastrofaal. Gedurende zeker 18 maanden was de lucht boven Europa en Azië volledig verduisterd door wolken roet, as en zwaveldamp. Op het hele Noordelijk halfrond bleef het winter, mislukten de oogsten en braken ziekten uit. Tot overmaat van ramp volgden er in 540 en 547 nog meer erupties. De gevolgen laten zich raden. Naar schatting een derde tot de helft van de bevolking van het Noordelijk Halfrond kwam om het leven. In 541 brak in het Oost-Romeinse rijk de builenpest uit wat leidde tot een dramatische verzwakking van dit rijk, waar het nooit meer helemaal van herstelde. In Europa volgde een eeuw van economische stagnatie en terugval en pas rond het jaar 640 waren er weer de eerste tekenen van economisch herstel.
Ook recenter vonden er super vulkaanuitbarstingen plaats. In 1815 kwam de Tombara vulkaan op het Indonesische eiland Soembawa tot uitbarsting. Na twee maanden bereikte de vulkanische as Europa en rapporteerden ooggetuigen er bloedrode zonsondergangen. Ook deze vulkaanuitbarsting beïnvloedde het klimaat wereldwijd. Niet alleen in Indonesië maar ook in India en China, Europa, Groenland en Noord-Amerika daalden de gemiddelde temperaturen, mislukten oogsten en traden hongersnoden op. Daarop volgden op vele plaatsen in de wereld volksoproeren, chaos en paniekreacties. Een ‘chemisch schild’ hing gedurende drie jaar boven Europa met ziekten als chronische hoest en aandoeningen van hersenen en longen als gevolg. Vulkaanstof vol zware metalen en barium is erg schadelijk voor de bloeddruk, de lever en de nieren, de hersenen en de ademhaling. Het jaar 1816 ging de geschiedenis in als het jaar zonder zomer.
In 1883 vond opnieuw een enorme vulkaanuitbarsting plaats in Indonesië nu van de Krakatau, een vulkaan in de zee tussen Java en Sumatra. Ook toen rezen aswolken tot hoog in de atmosfeer en daalde de temperatuur het jaar erop wereldwijd met 1,2 graad Celsius.
En zo kunnen we doorgaan. In 1783 was er de uitbarsting van de Laki vulkaan op IJsland. Ook weer een supervulkaanuitbarsting met wereldwijde gevolgen voor het weer. Zulke gigantische vulkaanuitbarstingen zullen ook in de toekomst plaatsvinden en kunnen of zullen juist in onze hoogtechnologische tijd grote gevolgen hebben. Gevolgen voor het vliegverkeer, voor de elektriciteitsvoorziening – denk eens aan de opwekking van elektriciteit via zonnepanelen – maar ook voor de voedselsituatie voor de armere delen van deze wereld.
Behalve vulkaanuitbarstingen zijn er recent nog andere nu al weer bijna vergeten natuurrampen geweest. Zonnestormen bijvoorbeeld. In 1859 legde een gigantische zonnevlam het toenmalige telegraaf systeem – de voorloper van ons huidige telecommunicatienetwerk – volledig plat. Telegraafdraden vonkten, apparatuur smolt en telegrafisten liepen soms hevige elektrische schokken op. Als zo’n super zonnestorm nu de aarde zou raken zal dat onze moderne – veel kwetsbaardere – elektronische apparatuur waarschijnlijk volledig van slag brengen of mogelijk zelfs onherstelbaar beschadigen. Satellieten zullen neerstorten of uit hun baan raken. Kwetsbare computersystemen, elektronische apparatuur, zendmasten en elektrische bedrading in onze omgeving en in en rondom huis zal waarschijnlijk onbruikbaar of volledig vernietigd raken.
Deze natuurverschijnselen zijn voorbeelden van een extreme externe schok op het wereldwijde (weer)systeem. Zo’n extreme externe schok heeft dan weer verdere gevolgen voor andere systemen. We zien dan een voorspelbaar domino-effect van externe schokken. Bij de vulkaanuitbarstingen begon dit met invloed op het mondiale weer- en klimaatsysteem. Dit had vervolgens weer gevolgen voor de economische systemen, voor de politieke systemen, voor de sociale systemen en uiteindelijk natuurlijk ook voor de mensen die toen leefden. Op deze natuurrampen volgden namelijk wereldwijd misoogsten, ziekten, economische teruggang, volksoproer, politieke ineenstorting, volksverhuizingen en uiteindelijk had dit zelfs gevolgen voor kunst, cultuur en filosofie.
De voedseltekorten van 1815 leidden bijvoorbeeld tot rellen en plunderingen, volksoproer en chaos in grote delen van de wereld en overal prijsstijgingen van het voedsel. De wolken vulkaanstof hadden ernstige gevolgen voor de volksgezondheid: tyfus- en cholera-epidemieën, dysenterie, hepatitis, chronische hoest en de eerder beschreven aandoeningen van de longen en hersenen.
Er waren ook grote demografische gevolgen. De migratie uit Europa naar de Verenigde Staten kreeg in de jaren na 1816 een enorme impuls net als in de VS de grote trek naar het Westen. Ook in een land als Zwitserland heersten honger en sterfte. Mensen aten uit ellende gewoon gras. Sankt Gallen, een stadje met achtduizend inwoners, werd in 1817 overspoeld door 20.000 bedelaars[1]. Deze honger en deze sterfte hadden ook weer demografisch gevolgen. De slachtoffers in Zwitserland waren vooral jongeren tussen 16 en 25, wat leidde tot lage geboortecijfers in de jaren daarna en daardoor een vergrijzend land.
Uiteindelijk werkten de gevolgen zelfs door tot in de culturele sfeer. Mary Shelley en John William Polidori verbleven in de zomer van 1816 in Zwitserland bij Lord Byron. Terwijl ze die zomer binnen bleven vanwege het koude en regenachtige weer, bedachten ze duistere en griezelige verhalen. Daaraan hebben we nu de verhalen over het monster van Frankenstein en over graaf Dracula te danken. In Engeland zien we dat William Turner vanaf 1815 steeds meer oker ging gebruiken in zijn landschappen, net zoals bijvoorbeeld Caspar David Friedrich in zijn ‘Ansicht Eines Hafens‘. Waarom? Wel, omdat de luchten ook inderdaad lange tijd okerkleurig waren door de as die er in de lucht hing.
Wat we hier zien, is een volgtijdelijke opeenvolging van oorzaken en gevolgen, die ieder steeds weer een externe schok vormden voor andere (sub)systemen. Dat maakt de gevolgen van externe schokken tot op zekere hoogte voorspelbaar. We weten dat er van tijd tot tijd zulke mega natuurrampen zullen optreden. Komeetinslagen, aardbevingen, zonnestormen, pandemieën, mislukte oogsten en vulkaanuitbarstingen zijn (binnen marges) voorspelbaar. We weten ook dat er van tijd tot andere grote externe schokken zullen zijn. Denk aan grote (wereld)oorlogen of grote economische recessies. En gegeven deze eerste externe schokken kun je daar weer de vervolgschokken op andere (sub)systemen uit voorspellen.
We hebben het hiervoor gehad over systeemschokken op wereldschaal. Deze planten zich vervolgens voort in schokken in de subsystemen. Die mega systeemschokken komen natuurlijk maar zelden voor, kleinere schokken zijn veel vaker voortkomend. We kunnen dan denken aan onverwachte gebeurtenissen in de privésfeer, je wint de lotto bijvoorbeeld, maar ook aan gebeurtenissen zoals de invoering van een nieuwe onderwijswet die leidt tot een andere organisatie van het onderwijssysteem.
Geleidelijke veranderingen zijn meestal goed te voorspellen. Dat zagen we hiervoor bij de trends en de terugkerende patronen. Om plotselinge grote veranderingen te kunnen voorspellen, moeten we ons verder verdiepen in het systeemdenken. En dan zijn er twee typen gebeurtenissen die kunnen leiden tot plotselinge onverwachte veranderingen.
De meest voor de hand liggende en ook eenvoudigst te herkennen oorzaak van een extreme verandering in een systeem is een externe schok, zoals hiervoor beschreven. Of er dan ook echt een systeemcrisis zal optreden is afhankelijk van de kracht van de externe schok en van de veerkracht van het systeem, resilience in het Engels.
Een systeem bestaat uit onderdelen die elkaar niet alleen beïnvloeden maar die ook zorgen voor een zekere mate van stabiliteit en continuïteit. Deze zorgen ervoor dat het systeem zichzelf in stand houdt. Ze doen dat door de krachten van buiten het systeem op te vangen. Dat gebeurt door interne schokbrekers binnen het systeem. Tegenkrachten die zo nodig de externe effecten compenseren of buffers die tijdelijke tekorten of overschotten kunnen opvangen. Samen bepalen die systeembuffers de veerkracht van het systeem.
Naast de duidelijk herkenbare externe schokken werken er ook langduriger aanhoudende krachten van buitenaf op een systeem in. Geleidelijke veranderingen in de opvattingen over de man vrouw verhoudingen bijvoorbeeld, of de geleidelijke digitalisering, urbanisering en globalisering van de wereld. De schokbrekers binnen het systeem kunnen ook deze zwakke externe krachten compenseren. Zulke geleidelijke veranderende omgevingsfactoren beïnvloeden dan de evenwichten die bestaan binnen het betreffende systeem. Het compenseren van zulke zwakke externe krachten kan op de lange duur leiden tot oplopende spanningen binnen dat systeem. Bijvoorbeeld oplopende rentekosten, oplopende sociale spanningen of een dalend niveau in de waterstand. Ook zulke spanningen zullen in eerste instantie door andere interne tegenkrachten worden gecompenseerd. Het afstoten van beleggingen, verhogen van de lonen en salarissen, of het slaan van diepere waterputten, om bij deze voorbeelden te blijven.
Op een gegeven moment echter kunnen de spanningen toch te hoog oplopen. De interne compensatie buffers raken uitgeput, de compenserende maatregelen schieten tekort. Dat kan dan leiden tot wat we een systeemcrisis noemen. Het systeem raakt dan uit evenwicht en zoekt een nieuw evenwicht. Zo’n systeemcrisis leerden we al eerder kennen als een kantelpunt binnen een systeem. De munteenheid wordt gedevalueerd, er komt een regeringswisseling al of niet na een volksopstand, een ecosysteem komt in een nieuw evenwicht.
Ook kleine externe veranderingen kunnen dus – als ze maar lang genoeg aanhouden – leiden tot interne onevenwichtigheden binnen een systeem en die kunnen dan leiden tot een systeemcrisis, een plotseling kantel- of omslagpunt binnen zo’n systeem. Decennia van bodemdaling in Groningen bijvoorbeeld hebben nauwelijks maatschappelijke gevolgen gehad en dan opeens is er een omslagpunt bereikt in de publieke opinie en dan valt opeens het besluit dat heel Nederland van het gas af gaat.
Overigens kan een systeem in extreme situaties, bij te veel crises binnen een te kort tijdsbestek, ook ophouden een systeem te zijn. Het bedrijf gaat failliet, de vriendengroep valt uit elkaar, het bos sterft af
In de blokken hiervoor hebben we het al vaker gehad over denkfouten en onverwachte gebeurtenissen. Vaak zien we, en met ‘we’ bedoel ik dan de publieke opinie of de meerderheid van de betrokkenen, zo’n kantelpunt vaak als iets onmogelijks, ongeloofwaardigs, soms zelfs als iets belachelijks. Het verrassende is dan dat we achteraf dat kantelpunt vaak wel zien als iets logisch. Achteraf denken we vaak, dat we die kanteling wel degelijks hadden zien aankomen, of zelfs hadden voorspeld, terwijl we in werkelijkheid vooraf zo’n gebeurtenis als volkomen ongeloofwaardig beschouwden. Een toepasselijke term voor zo’n verrassend kantelpunt is kantelende normaliteit.
Waarom komt zo’n kantelpunt dan meestal als een verrassing? Daar zijn verschillende redenen. Bijvoorbeeld de gewenning aan geleidelijke veranderingen. Het bekende ‘kikker in de kookpot’ effect. We raken bijvoorbeeld gewend aan de extreme geldschepping door de ECB of het smelten van een gletsjer. We noemen dit ook wel glijdende of kruipende normaliteit. Maar dan opeens leidt deze geleidelijke verandering tot een kantelpunt, dat we niet hadden voorzien.
Wil je nu een kanteling voorspellen dan is het belangrijk te letten op de plaatsen in het systeem waar zich al langere tijd onevenwichtigheden opbouwen. Dit doe je door te letten op de kantelpunten en op de ‘weak-signals’, ofwel ‘zwakke signalen’. Deze zwakke signalen bespreken we verderop in een apart blok, blok 11.
Kantelpunten zijn die plaatsten in systemen waar een klein duwtje in een bepaalde richting kan leiden tot een grote verandering in de ene of de andere richting. We noemen deze kantelpunten daarom ook wel bifurcaties. Het kan de ene, maar ook de andere kant opgaan.
Denk bijvoorbeeld aan de recente COVID-pandemie. Dat begon ooit doordat een bepaald virus muteerde, waardoor het kon overspringen van vleermuis op een mens. Voor zover we nu weten, werd die vleermuis verhandeld op een markt in een miljoenenstad. Daar maakte dat virus eerst één mens ziek en daarna veel meer mensen. Die markt lag in een land dat via zijn handelsbetrekkingen deel uitmaakte van een globale economie. Dat proces had uiteraard ook heel anders kunnen verlopen. Uiteindelijk is er sprake geweest van een serie onomkeerbare gebeurtenissen, die hebben geleid tot nieuwe evenwichten binnen ons wereldsysteem. Kantelpunten zou je dus ook kunnen zien als ‘interne schokken’ binnen een systeem, in tegenstelling tot de eerder beschreven externe schokken.
Zwakke signalen zijn gebeurtenissen die een voorbode kunnen zijn van een kanteling. Zo’n zwak signaal blijft in eerste instantie nog onder de oppervlakte, maar is soms wel al een indicatie van mogelijke toekomstige systeemveranderingen. Om het nu nog ingewikkelder te maken, moeten we ons realiseren dat de sociale werkelijkheid bestaat uit een grote verzameling systemen met subsystemen. Grote veranderingen beginnen altijd als kleine veranderingen. Of anders geformuleerd: als een interne verandering binnen een kleiner subsysteem. De dochter van familie A wil geen vlees meer eten. Familie A beslist voortaan vegetariër te worden. De vrienden van familie worden aangestoken door dit voorbeeld. De slager op de hoek bemerkt teruglopende klandizie. De grote worstfabrikant sluit een productielijn en bouwt één van haar fabrieken om tot vega-burger fabriek. De slager op de hoek sluit de deuren. De Nederlandse regering besluit de subsidie op de vleesproductie te verminderen. En uiteindelijk komen we wellicht uit bij de EU, die nu Nederland niet langer dwarsligt, besluit ook de Europese steun aan de varkenssector af te bouwen.
Ook grote kantelingen beginnen dus altijd klein. Altijd zijn er in kleinere subsystemen al eerdere kantelingen en doorbraken te vinden. Maar deze blijven dan nog onder de radar terwijl ze uiteindelijk een grote maatschappelijke impact krijgen waarmee niemand rekening hield. Het gaat dan uiteindelijk om grote veranderingen die iedereen, nou ja, vrijwel iedereen, voor onmogelijk hield en die dan opeens toch plaatsvinden. Het einde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika, of de val van de muur ten tijde van het communistische Oostblok, en zo kan ik nog een tijdje doorgaan.
Van tijd tot tijd worden wij dus verrast door gebeurtenissen die wij tot dat moment voor onmogelijk hadden gehouden. Politieke omwentelingen, sociale veranderingen, of andere maatschappelijke doorbraken. Ook in Nederland vonden wij homoseksualiteit heel lang abnormaal, zelfs strafbaar, totdat na jarenlange druk, niet alleen vanuit de homobeweging, de publieke opinie kantelde. Wij dachten dat het apartheidsregime ondanks alle protesten en internationale boycots stevig in het zadel zat, totdat opeens Mandela werd vrijgelaten. Verzet tegen het apartheidsregime, tegen de communistische dictators, tegen discriminatie van homo’s, of tegen de onderdrukking van vrouwen leek lang zinloos. En dan opeens gebeurde het toch. Vaak durfden zelfs de voorstanders van zo’n kanteling niet meer op deze omwentelingen te hopen.
Hoe kun je je nu wapenen tegen glijdende en kantelende normaliteit? Allereerst helpt natuurlijk het besef dat deze verschijnselen bestaan. Alleen al het beseffen van de eigen blindheid op dit punt, helpt om de blik te verruimen. We komen hierbij weer op het terrein van de denkfouten uit de blokken hiervoor. Futurologen hebben ook dit soort gebeurtenissen een naam gegeven.
Om te beginnen de ‘zwarten zwanen’; de gebeurtenissen waarvan iedereen denkt dat ze niet kunnen gebeuren, maar die als ze dan toch gebeuren een enorme impact hebben. Een gigantische komeetinslag, of een enorme beurscrash bijvoorbeeld. Dit zijn de wildcards en de externe schokken uit het begin van dit blok, die vaak leiden tot een megasysteem crisis.
Dan kennen we de ‘zwarte kwallen’. Zwarte kwallen zijn verschijnselen die zich exponentieel ontwikkelen. Zo’n zwarte kwal begint altijd onschuldig, maar blijkt uiteindelijk lange tentakels te hebben en meestal ook nog eens een vervelende of zelfs giftige steek. Ze ontlenen hun naam aan de kwallen op zee, die zich tot een echte kwallenplaag kunnen ontwikkelen en dan (bijvoorbeeld) de waterinlaat van een kerncentrale kunnen blokkeren. (Dit is ook echt gebeurd, vandaar de naam). Het gaat dus om een op het eerste gezicht kleine gebeurtenis die uiteindelijk uitmondt in een enorme catastrofe. Ook de coronacrisis was zo’n recente zwarte kwal want de verspreiding van het coronavirus verliep in eerste instantie ook exponentieel.
Nu we het toch over de coronacrisis hebben, veel mensen zagen dit als een zwarte zwaan. Iets waar niemand op had gerekend. Maar de deskundigen hadden deze crisis wel al zien aankomen. Elke serieuze futuroloog had zo’n pandemie al jaren op zijn of haar lijstje van te verwachten gebeurtenissen staan. Futurologen spraken daarom onderling over de coronacrisis als een zwarte olifant of een zwarte rinoceros. De olifant in de kamer, die de beleidsmakers liever niet wilden zien. Of de rinoceros die al een tijdje kwam aanstormen en die men niet wilde zien. Jammer overigens want dit heeft ons veel ellende bezorgd.
En zo hebben futurologen nog meer dieren in hun menagerie. De beroemde vlinder van Lorenz uit de chaostheorie bijvoorbeeld, de ‘red herring’, een afleidingsmanoeuvre die is bedoeld om de aandacht af te leiden van het werkelijke probleem en natuurlijk ook de struisvogel, waarbij men een probleem negeert of vermijdt in de hoop dat het vanzelf zal verdwijnen of dat iemand anders het zal oplossen.
Bij toekomstonderzoek is er altijd veel aandacht voor dit soort indicatoren. Want juist die plotselinge systeemveranderingen gooien veel waarschijnlijke toekomstverwachtingen omver. En dan zijn we vaak in de aap gelogeerd.
Les 47: van tijd tot tijd treden er op wereldschaal mega systeemschokken op. Denk aan supervulkaan uitbarstingen, mega-zonnestormen, grote komeetinslagen, wereldoorlogen en wereldwijde economische schokken.
Les 48: hoewel zulke mega systeemschokken zich vaker voor doen dan we geneigd zijn te denken, blijft het exacte moment waarop ze optreden onvoorspelbaar. Daarvoor zijn zij toch te incidenteel.
Les 49: extreme systeemschokken planten zich voort in subsystemen, dit maakt deze vervolgschokken (binnen marges) voorspelbaar.
Les 50: van tijd tot tijd vinden er gebeurtenissen plaats die iedereen vooraf voor onmogelijk houdt en die men achteraf eigenlijk weer heel logisch vindt. Dit verschijnsel noemen wij kantelende normaliteit.
Les 51: glijdende of kruipende normaliteit (de kikker in de kookpot) is het tegenovergestelde verschijnsel. Iets verandert zo langzaam dat we het niet bewust waarnemen.
Les 52: gebeurtenissen waarvan iedereen denkt dat ze niet kunnen gebeuren, maar die als ze dan toch gebeuren een enorme impact hebben, noemt men wel ‘zwarte zwanen’.
Les 53: verschijnselen die onschuldig beginnen, die zich daarna exponentieel ontwikkelen en die uiteindelijk hele nare effecten hebben noemt men wel ‘zwarte kwallen’.
Les 54: verschijnselen die we niet zien, omdat we ze niet willen zien noemt men wel ‘zwarte olifanten’.
Les 55: in elk systeem zijn zwakke signalen van verandering te ontdekken.
Les 56: systeemschokken kunnen binnen systemen leiden tot systeemveranderingen, als zo’n schok een kantelpunt, doet kantelen. We noemen dat een bifurcatie. Het systeem vervolgt vanaf dat moment een onomkeerbare ander pad
[1] John William Polidori schreef in Zwitserland het boek ‘The Vampyre’. Later schreef Bram Stoker op basis van dit boek zijn roman over Dracula.