Een Toekomstverkenning maken

Dan komen we nu bij de vraag: Hoe maak je nu met alles wat je geleerd hebt uit dit boek een toekomstverkenning? Zoals ik al eerder schreef, komt daar meer bij kijken dan het simpelweg toepassen van de instrumenten uit deze cursus. Het is ook een kwestie van oefenen. Het is een vaardigheid die je je eigen moet maken door te doen.

Je moet bijvoorbeeld leren om je los te maken van je vooroordelen, je blinde vlekken en je denkfouten. Misschien de lastigste daarbij is, je losmaken van je Hier-en-Nu Bijziendheid. Je zult daarbij moeten leren om ook je eigen toekomstbeelden te herkennen. Wat zijn volgens jou de plausibele, mogelijke, wenselijke en/of wildcard toekomsten? Wat zijn volgens jou de type 1, 2, 3, en 4 toekomsten? Ook moet je leren denken in systemen en ook dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het begint met leren inzien dat gebeurtenissen altijd onderdeel zijn van het systeem en dat je daarvoor multi-causaal moet denken.

Verder moet je leren om trends en zwakke signalen te herkennen. Duidelijke trends zoals toenemende weersextremen zijn niet zo moeilijk te herkennen, maar wat te denken van trends als toenemende mico-mobility? Trends zetten zich nooit oneindig door, er is ook altijd sprake van tegentrends en daardoor soms ook van trendbreuken. Om die te kunnen onderkennen, is kennis nodig van het systeem waarin de trends optreden en de tegenkrachten en de drijvende krachten achter de trends. Hierbij hoort ook specifieke kennis van de domeinen waarin die trends optreden. En je moet ook leren om de cycli te herkennen en te beoordelen. Cycli herhalen zich, maar nooit op dezelfde manier en altijd binnen bepaalde grenzen. Daarbij zul je ook moeten leren om kantelpunten te herkennen en externe schokken die kunnen leiden tot kantelpunten. En dan ben je er nog niet, want dan zul je ook nog moeten leren om de zwakke signalen te onderzoeken en te herkennen

Dan is er nog meer domeinkennis nodig. Naast kennis van het specifieke domein waarover je uitspraken wilt doen, is meestal ook enige kennis nodig van het economisch systeem, het technisch systeem, het institutionele systeem, kennis van de demografie, kennis van de geopolitiek en van de werking van de media en de publieke opinie. Het domein waarover jij uitspraken wilt doen, staat meestal onder invloed van ontwikkelingen in de omliggende domeinen.

Het ei in de koekenpan is hiervan een mooie illustratie. Stel dat de dooier staat voor jouw organisatie of bedrijf.

Dan zul je meestal vooral bezig zijn met interne verbeteringen. Gericht zijn op efficiënter en effectiever werken. Op het realiseren van de doelen zoals die in de jaarplannen etc. staan.

Het eiwit om de dooier heen, staat dan voor de sector of branche waarin jouw organisatie actief is. Het is over het algemeen niet onverstandig om ook eens extern te kijken. Wat speelt er zoal in jouw sector? Wat doen de concurrenten of collega’s? Wat kun je verwachten in de komende jaren? De pan staat dan voor de domeinen daar omheen. Wat gebeurt er in de rest van de wereld? En dan is het ook nog belangrijk om ook te bekijken wat er met de pan zelf gebeurt. Staat die op het aanrecht of op de kookplaat? Als je je alleen fixeert op de dooier, loop je een groot risico te worden gebakken.

Maar laten we dan nu eens met ons toekomstonderzoek beginnen. Elk toekomstonderzoek bestaat in principe altijd uit drie stappen of fasen. In stap 1 verzamel je de relevante informatie. In stap 2 interpreteer en analyseer je deze informatie. En in stap 3 komen we dan tot conclusies.

Vraag 1 is dan natuurlijk wat je wilt onderzoeken. De mogelijke toekomst van jouw bedrijf, gemeente, instelling, van jouw favoriete sport, van de elektrische auto, van de veeteelt in Nederland, van jou persoonlijk? Kortom, elk toekomstonderzoek heeft een specifieke vraagstelling. En waarschijnlijk ben je niet eens zozeer geïnteresseerd in de mogelijke toekomst, maar eigenlijk vooral in de wenselijke toekomst en in de vraag hoe die te bereiken. Laten we, om het concreet te houden, een (willekeurig) voorbeeld nemen. Wat is bijvoorbeeld de wenselijke toekomst van vleesvervangers?

Stap 1: van ons toekomstonderzoek lijkt nog het meest op een gewoon marktonderzoek. Wat speelt er zoal in de wereld van vlees en van vleesvervangers? Wat zijn de belangrijkste trends en megatrends? Maar een toekomstonderzoek gaat veel verder dan het traditionele marktonderzoek. We onderzoeken, heden, verleden en toekomst. Welke veranderingen hebben zich de laatste jaren voorgedaan en zullen zich misschien ook de komende jaren voordoen? Dat betekent dat we ook oog moeten hebben voor de zaken die niet veranderen. Wat zijn de belangrijkste constanten waar we rekening mee moeten houden? Er zijn veel meer zaken die niet dan wel veranderen en die zijn misschien nog veel belangrijker bij het maken van onze keuzes. Het is belangrijk om hierbij al meteen de systemische samenhang tussen trends en tegentrends en de drijvende krachten daarachter te onderzoeken. Wat we hier in feite doen, is het systeem beschrijven rondom de vleesvervangers. Of het systeem rondom jouw onderzoeksvraag. Jouw favoriete sport, de gezondheidszorg of jouw wijk of buurt.

Gelukkig hoef je dit meestal niet vanaf ‘scratch’ op te bouwen. Bijna altijd zijn er al anderen geweest die zulke gegevens hebben verzameld en dankzij internet heb je hier meestal makkelijk toegang toe. Pas wel echter op dat je klakkeloos de mening van anderen volgt. Probeer zoveel mogelijk diversiteit te vinden in je bronnen.

Dan komen we nu bij stap 2: de interpretatie en de analyse. Nu begint het echte werk van de futuroloog. Ik begin dan meestal met het tekenen van een toekomstenkegel. Zoals we ook al zagen moet deze niet te breed zijn, maar zeker ook niet te smal. We moeten voorkomen dat we nu al mogelijke toekomsten uitsluiten. Om recht te doen aan de informatie uit stap 1 heb ik daar nu ook het systeem rondom de vleesvervangers aan toegevoegd. Het donkere vierkant. Dat beschrijft de vroegere en huidige situatie.

Nu gaan we binnen deze kegel verschillende toekomsten onderzoeken. Daar zijn verschillende methoden voor zoals we hiervoor zagen. Meestal zoek ik dan de in mijn ogen belangrijkste onzekerheden. Bijvoorbeeld over verdere prijsontwikkeling van kweekvlees, of over de maatschappelijke acceptatie, of over een technologische doorbraak die nu nog ‘belachelijk’ lijkt. Die onzekerheden werk ik dan uit in de 4 toekomstentypen, zoals beschreven in blok 2.

Type I is een toekomst waarin het kweekvlees flopt, doordat het te duur blijft en mensen toch blijven gaan voor ‘echt’ vlees, want ‘dat hoort bij echte mensen’ en niet al dat ‘kunstvlees’.

Type II is dan een toekomst waarin mensen wel massaal overstappen op kweekvlees, doordat kweekvlees zo echt en zo goedkoop wordt dat kweekvlees het ‘ouderwetse’ vlees volledig uit de markt drukt.

Type III is dan een toekomst waarbij kweekvlees geleidelijk aan een steeds groter marktaandeel verovert, maar waarin ‘natuurlijk’ vlees nog heel lang de meest gegeten soort vlees blijft.

En dan de belachelijke toekomsten ofwel de type IV-toekomsten. Wat kunnen we allemaal bedenken aan onverwachte mogelijkheden. Een wetenschappelijke doorbraak? Een Steve Jobs of Elon Musk van het kweekvlees die de markt volledig openbreekt? Een pandemie onder runderen? De ontdekking van grote hoeveelheden micro-plastics in ouderwets vlees waardoor dit een gezondheidsrisico wordt? Het samengaan van de dierenactivisten met de klimaatactivisten waardoor de lobby tegen dierlijke eiwitten ook politiek wordt vertaald in extreem hoge vleestaxen? Of juist een terugslag als de lobby van de vleesindustrie– vergelijkbaar als bij GMO producten – een totaal verbod op ‘kunstvlees’ weet af te dwingen? Kortom er zijn vele ‘belachelijke’ toekomsten denkbaar.

Vervolgens gaan we deze mogelijke toekomsten vullen. Daarvoor gebruiken we het toekomsten wiel. In het midden komt dan bij type I de flop te staan, bij type II de massale overstap op vleesvervangers, bij type III de geleidelijke groei in marktaandeel en bij type IV kiezen we enkele (bijvoorbeeld de 3 meest sprekende) varianten die verrassend zijn, maar misschien toch wel plausibel.

Rondom de as van het wiel zoeken we dan de 1e orde effecten en daarom heen de 2e orde effecten. Het bedenken van deze effecten kan het best in divers samengestelde groepjes gebeuren, opdat er ruimte is voor verschillende invalshoeken en voor het elkaar op ideeën brengen.

Belangrijk is hierbij ook oog te hebben voor de S-curve. Veel ontwikkelingen (niet alleen de technische) volgen het verloop van de S-curve. In het begin een heel geleidelijke ontwikkeling en dan opeens een kantelpunt met daarna een – vaak exponentiele – versnelling. Daarom is het belangrijk om op zoek te gaan naar de mogelijke kantelpunten. Welke zaken, die altijd deel uitmaakten van het dominante wereldbeeld, zie je ‘verkruimelen’. Bijvoorbeeld het verkruimelen van het idee van vooruitgang en ongelimiteerde groei. Of het verkruimelen van het vertrouwen in de markt en het neoliberalisme. Of het verkruimelen van het idee dat de mens boven de planten en de dieren staat en boven de natuur.

De kantelpunten beschrijven we dan als bifurcaties. Het kan de ene kant opgaan, maar ook de andere kant. Hier komen de verschillende types toekomsten en hun uitwerkingen in de toekomstwielen kijken. Wat we hier in feite doen is overigens het maken van scenario’s van mogelijke toekomsten.

Nu komen we stap 3: de conclusies. Welke conclusies kunnen we nu trekken uit onze interpretatie en analyse?

Een eerste conclusie betreft de belangrijkste nieuwe issues. Welke emerging issues zien we verschijnen? Welke nieuwe factoren zitten er in de pijplijn? Wat zijn mogelijke nieuwe game changers? Dit is dus iets anders dan de trends die de bestaande situatie beschrijven. Je kunt dan denken aan belangrijke nieuwe bronnen van inspiratie en hoop. Deze geven je de mogelijkheid te interveniëren in de systemen. Denk aan sociale initiatieven, sociaalecologische projecten, nieuwe technologie te gebruiken bij de PFCA-eiwitten, of organisaties die bijdragen een herwaardering van de rechten van de natuur.

Een tweede conclusie betreft de tegenkrachten, diepgewortelde systemische belemmeringen die de veranderingen tegen kunnen houden. Denk aan grote gevestigde belangen, institutionele belemmeringen etc. Bijvoorbeeld de grote verschillen tussen arm en rijk, de hardnekkige ongelijkheden binnen en tussen landen, de macht van grote monopolistische ondernemingen, de dominantie van de industriële mindset.

Een derde conclusie betreft dan de door jouw gewenste toekomst. Bijvoorbeeld in het geval van het kweekvlees een snelle doorbraak, waarbij het grootste deel van de mensheid binnen korte tijd overstapt van gewoon ‘dierlijk’ vlees (of voedseltekort) op kweekvlees. 

Hoe zou je dan versneld in deze toekomstige situatie kunnen komen? Zoals we hiervoor al zagen kunnen er zich verschillende doorbraken voordoen. Een technologische doorbraak, een marketing doorbraak à la Steve Jobs of Elon Musk, een ramp binnen de oude vleesindustrie, een politieke kanteling, etc. In fase 2 heb je deze mogelijke doorbraken ook al uitgewerkt in verschillende scenario’s en toekomstwielen. Je hebt daardoor meer zicht gekregen op mogelijke versnellers en mogelijke 1e, 2e of zelfs al 3e orde-effecten. Maar je hebt ook meer zicht gekregen op mogelijke belemmeringen. Tegenkrachten, lobby’s en bijvoorbeeld ook mogelijke kantelingen, bijvoorbeeld in de publieke beeldvorming.

Om de mogelijke versnellers en vertragers in beeld te brengen, gebruik ik graag het model van de 3 horizonnen of tijdvensters[1]. Deze methode geeft houvast om op het juiste moment te kunnen inspringen op nu wel al te voorziene gebeurtenissen, maar waarbij het nog onzeker is of ze ooit zullen optreden.

In de 3 horizonnen methode onderscheiden we 3 tijdvensters die staan voor de keuzes die we kunnen en moeten maken als we een verandering in de goede richting mogelijk willen maken. In horizon 1 ligt de nadruk op kleine verbeteringen binnen het bestaande systeem. Bij horizon 3 ligt de nadruk op het ontstaan van een geheel nieuwe situatie. In ons voorbeeld zien we bij horizon 1 de managers en verbeteraars die continu kleine verbeteringen doorvoeren waardoor kweekvlees steeds goedkoper en steeds smakelijker wordt. Dit kan dan leiden tot een geleidelijke maar trage groei van het marktaandeel van kweekvlees.

Bij horizon 3 zien we een wereldwijde doorbraak voor kweekvlees. Op het eerste gezicht is er dan sprake van een ogenschijnlijke tegenstelling tussen de managers/ de behoeders die stabiliteit nastreven en de visionairen die juist systeemverandering nastreven. Een succesvolle transitie vraagt om het overbruggen van deze tegenstelling en vraagt de kennis en vaardigheden van beiden, van managers en van visionairen.

In horizon 2 zien we dan een kantelpunt wanneer de zittende machten (de grote ondernemingen, de overheid en de beslissers in het maatschappelijk middenveld) afstappen van het oude industriële wereldbeeld en overstappen op een nieuw wereldbeeld van kwalitatieve groei in plaats van kwantitatieve groei. Van diervriendelijkheid en klimaatvriendelijkheid.

De laatste stap is nu om alle verzamelde informatie op een voor de gebruikers handzame wijze samen te vatten. Bijvoorbeeld in een rapport, een presentatie of in één of meer workshops. Deze vaardigheid hoort ook uiteraard ook thuis in de gereedschapskist van de toekomstonderzoeker, maar valt buiten het bestek van dit boek. Daar zijn al veel goede boeken over geschreven.

Tot zover dit voorbeeld over kweekvlees. Uiteraard zijn er ook andere instrumenten en aanpakken mogelijk. Futurologie is geen exacte wetenschap en blijft een ambacht, maar ik ben ervan overtuigd dat, als je alle instrumenten, voorbeelden en opdrachten uit dit boek goed hebt doorgenomen, je nu ook zelf in staat bent een goed bruikbare toekomstverkenning uit te voeren. En nogmaals, oefening baart kunst, ook in het toekomstonderzoek.

Les 89: elk toekomstonderzoek bestaat in principe altijd uit drie stappen. In stap 1 verzamel je de relevante informatie. In stap 2 interpreteer en analyseer je deze informatie. En in stap 3 komen we dan tot conclusies.

Les 90: hier komt nog een laatste stap achteraan. In deze laatste stap dien je alle verzamelde informatie op een voor de gebruikers handzame wijze samen te vatten. Bijvoorbeeld in een rapport, een presentatie of in één of meer workshops.

Les 91: in alle 3 de stappen gebruik je de inzichten en vaardigheden van de toekomstonderzoeker, maar vooral in stap 2 komen deze het duidelijkst naar voren. Hier staan de denkfouten, het systeemdenken en het gebruik van de mogelijke alternatieve toekomsten centraal.

Les 92: in elk nuttig toekomstonderzoek, komen meerdere toekomsten naar voren. De toekomst is meervoud.

Les 93: in de 3 horizonnen methode onderscheiden we 3 tijdvensters die staan voor de keuzes die we kunnen en moeten maken als we een verandering in een systeem willen doorvoeren.


[1] https://medium.com/10x-curiosity/three-horizons-framework-de07244c24e1