Systeemdenken II

Bij toekomstverkenningen hebben we het vaak over onverwachte plotselinge gebeurtenissen. Daar is ook reden voor. Juist die onverwachte gebeurtenissen gooien niet alleen onze mooie toekomstplannen overhoop, ze komen ook nog eens op een onverwacht en daardoor maar al te vaak ongelegen moment. We houden doorgaans niet zo van onverwachte gebeurtenissen.

Door al die aandacht voor onverwachte gebeurtenissen zou je misschien denken dat de wereld er over 10 of 30 jaar echt totaal anders uit zal zien dan nu, maar dat is – hoogstwaarschijnlijk – een misverstand. In veel opzichten zal de wereld van 2050 erg lijken op het heden. Zelfs tijdens een periode van dramatische en snelle veranderingen blijven er veel meer zaken gelijk, dan dat er zaken veranderen.   

Denken dat tegenwoordig alles snel verandert, is ook weer een denkfout. We hebben allemaal de neiging om te denken dat de veranderingen tegenwoordig sneller gaan dan vroeger. Trendwatchers wijzen bijvoorbeeld vaak naar de snelle ontwikkelingen op het gebied van technologie en ICT. Daar is de laatste decennia inderdaad heel veel veranderd. Smartphones en mobiel internet waren belangrijke ontwikkelingen, met impact op vrijwel alle levensgebieden. Maar als je wat verder in de tijd terugkijkt, blijkt dat er vroeger ook vele grote en snelle technologische innovaties zijn geweest. Bijvoorbeeld de doorbraak van de TV. Binnen 10 jaar tijd (1960-1970) ging het TV bezit in Nederlandse huishoudens van 10 % naar 80%.

Ook de introductie van de telegraaf gaf in de periode tussen 1845 en 1855 eenzelfde snelle verspreiding te zien. En nog verder terug in de tijd, zagen we dit ook al bij de introductie van de losse letterdrukpers in Europa. De eerste drukpers stond in Mainz in 1457 en veertig jaar later stonden ze al over heel Europa en waren er al meer dan 20 miljoen boeken gedrukt. Ook de TV, de telegraaf en de drukpers hebben in hun tijd zeer grote maatschappelijke gevolgen gehad.

Dit zijn voorbeelden uit de informatietechnologie, maar we zien hetzelfde bij vele andere technologieën. In de begindagen van de ruimtevaart bijvoorbeeld zagen we ook daar een razendsnelle ontwikkeling. In 1958 werd de eerste satelliet, de Russische Spoetnik gelanceerd. Drie jaar later werden de eerste mensen al de ruimte ingeschoten en nog geen acht jaar later liepen de eerste mensen op de maan. Eenzelfde snelle ontwikkeling zagen we bij het vliegtuig en de auto. 16 jaar na de eerste vlucht van de gebroeders Wright vlogen we al non-stop over de Atlantische oceaan. En tussen 1916 en 1928 – het jaar van de grote depressie – nam het autobezit in de VS toe van 10% tot ruim 60%.

We vertellen elkaar dus graag dat alles tegenwoordig steeds sneller verandert. Maar de oude Romeinen hadden een tweeduizend jaar geleden al datzelfde gevoel. Ook zij vonden dat alles ‘tegenwoordig’ steeds sneller gaat.

Laten we daarom ook eens naar de constanten kijken. Wat is er bijvoorbeeld de laatste 20 jaar echt veranderd in ons huis? We hebben in onze huizen nog steeds lampen, kranen, magnetrons, wasmachines, koelkasten, bedden, tafels, stoelen en tapijten. Die spullen zijn nu vaak wel energievriendelijker en luxer dan vroeger. Onze tv’s zijn nu groter en platter dan 20 jaar terug en we gebruiken nu ledlampen in plaats van gloeilampen. Maar we gebruiken dus wel nog steeds lampen, kranen, bedden, enzovoorts.

Ook buitenshuis is er heel veel hetzelfde gebleven. Ondanks voorspellingen van het tegendeel gebruiken we nog steeds papieren bankbiljetten en kopen we nog steeds papieren kranten en boeken. Wel minder, maar toch. Auto’s, kleding, radio- en televisieprogramma’s, sportevenementen, films en theatervoorstellingen, ook deze zaken zijn niet echt wezenlijk veranderd. We staan ook nog steeds vaker dan we willen in de file of in de trein van en naar ons werk.

En dan de robots. Ondanks verontrustende berichten dat de robots onze wereld en onze banen zouden gaan overnemen, is het aantal robots in onze fabrieken nog steeds erg beperkt. En daarbuiten zijn ze ook nog niet veel verder gekomen dan stofzuigen en grasmaaien.

Wat wel is veranderd, is het mediagebruik. 25 jaar geleden hadden we nog geen smartphones en gebruikten de meeste mensen nog nauwelijks internet. Maar ook toen kon je al online spullen kopen, waren er al hackers, was er al spam en kon je de encyclopedie al raadplegen op internet.

Als je nu over straat zou lopen in een grote stad is er – los van de mode – weinig veranderd. Ja je ziet nu wel voortdurend mensen op een mobiele telefoon kijken. Maar er is weinig veranderd aan de manier waarop we ons kleden, waarop we werken, recreëren en naar school gaan. Althans hier in het rijke Westen. 

Dat zou je natuurlijk niet opmaken uit de alarmerende verhalen van sommige trendwatchers en uit de koppen in de krant. Als je hen zou moeten geloven, lijkt het wel of we voortdurend op de rand staan van rampen of technische doorbraken. Maar als je 20 jaar, of nog langer, terugkijkt, blijkt zelfs in die alarmerende berichten weinig te zijn veranderd. Al in 1973 beheerste het Rapport ‘Grenzen aan de Groei’ van de Club van Rome maandenlang de media en werd al druk geschreven over de opkomst van China en de komst van de postindustriële samenleving. Zelfs de schokkende gebeurtenissen die het nieuws in de afgelopen 20 jaar domineerden, zouden in 1999 niemand hebben verbaasd. Ook toen lazen we al over bankschandalen, de bevolkingsgroei in Afrika en Azië, wereldwijde recessies, spanningen in het Midden-Oosten en terroristische aanslagen in Europa.

Dramatische veranderingen op sociaal, technologisch en economisch gebied trekken wel veel aandacht maar als we naar de feiten kijken, overheerst toch vooral de geleidelijkheid en de continuïteit. De verklaring hiervoor is vrij simpel. Ook tijdens perioden van grote veranderingen, zijn er heel veel systeemkrachten die niet veranderen.

Allereerst de natuurwetten. Die veranderen niet, hooguit ontdekken we daarin soms weer nieuwe wetten en verschijnselen. Ook de menselijke aard, met al onze behoeften, verlangens en zwakheden is de laatste 10.000 jaar niet wezenlijk veranderd. Natuurlijk is de manier waarin wij in die behoeften voorzien wel veranderd. Onze kleding, onze vervoermiddelen en onze wapens zijn onder invloed van de toegenomen technische kennis wel veranderd, maar de dieper daaronder gelegen drijfveren zijn niet veranderd. Zie bijvoorbeeld het schema van Maslow hiernaast met zijn indeling in 5 soorten basisbehoeften.

Ook de institutionele kaders veranderen niet of maar zeer langzaam. Hieronder verstaan we de wet- en regelgeving en de manier waarop wij onze maatschappelijke systemen hebben georganiseerd. Met scholen, ziekenhuizen, rechtbanken, beroepscommissies en nog veel meer grotere en kleinere organisaties. Wet- en regelgeving verandert meestal maar zeer geleidelijk, vaak na een lang en moeizaam proces van maatschappelijke discussie en beleidsvorming. Ook systemen veranderen meestal maar zeer langzaam. Denk aan het onderwijssysteem of de gezondheidszorg. Zij lijken zich soms wel te verzetten tegen verandering.

En dan de cultuur. Ook culturele patronen veranderen meestal slechts heel langzaam. Denk aan de traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Nog steeds zijn er nog steeds veel huishoudelijke taken die als ‘vrouwelijk’ worden beschouwd, terwijl mannen nog vaak worden geacht de kostwinner te zijn.

De krachten die de stabiliteit handhaven en die veranderingen tegengaan, noemen we ook wel systeembuffers. Voorbeelden van zulke systeembuffers zijn de wet- en regelgeving, de sociale arrangementen, gewoonten en tradities, fysieke en logistieke belemmeringen die verandering tegengaan of dempen, ingesleten gedragspatronen, en de tegenmacht van belanghebbenden, leiders op ingegraven posities, en anderen die belang hebben of denken te hebben bij het handhaven van de status quo.

Ook economische krachten houden vaak verandering tegen. Soms is een technologische innovatie technisch misschien wel mogelijk en verwacht iedereen deze innovatie ook, maar blijft deze dan toch te kostbaar en breekt daarom (nog) niet door. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de vliegende auto. Economische systemen zitten vol systeembuffers. Als de prijzen van bepaalde grondstoffen stijgen, zal dat leiden tot zuiniger gebruik van deze grondstoffen en tot het zoeken van alternatieven die de prijzen weer doen dalen. De doorbraak van een nieuwe technologie kan ook worden vertraagd door innovaties in bestaande technologieën, of gewoon door de lobbymacht van de ‘oude’ industrieën.

Algemener geformuleerd kunnen wij zeggen dat in een systeem elke kracht tegenkrachten oproept. We zullen daar verderop bij het bespreken van het systeemdenken nog op terugkomen, maar eerst zullen wij eens kijken naar wat er wel verandert binnen systemen.

Les 19: dramatische veranderingen op sociaal, technologisch en economisch gebied trekken soms wel de aandacht, maar als we naar de feiten kijken overheerst de geleidelijkheid en de continuïteit.

Les 20: systemen houden zich in stand door zich aan de omgeving aan te passen.

Les 21: systemen houden zich in stand door interne systeembuffers. Deze ervaren we als tegenkrachten die veranderingen tegengaan.

Les 22: belangrijke systeembuffers zijn de natuurwetten, menselijke aard, de institutionele kaders, de cultuur en economische wetmatigheden.

Les 23: als er geen systeembuffers of tegenkrachten zouden zijn, zouden er geen systemen zijn. Tegenkrachten zijn daarom heel nuttig.

Peter van der Wel (12018)

PS: Vond je dit artikel interessant? Het is hoofdstuk 4 uit mijn boek Toekomstonderzoek. Verderop op deze site vind je ook de volgende 12 hoofdstukken. Je kunt natuurlijk ook het boek zelf kopen. Je kunt het bij mij bestellen of bij je favoriete boekhandel.

PPS: Reacties zijn welkom. Je kunt ze mailen naar mijn mailadres.