Zwakke Signalen

In de blokken hiervoor hebben we vooral gekeken naar de principes achter het toekomstonderzoek. In dit blok en de blokken hierna gaan we verschillende toepassingen van deze principes bekijken. We beginnen met het verschijnsel: ‘trend spotting, ofwel het leren herkennen van zwakke signalen. Het middel om je te wapenen tegen glijdende en kantelende normaliteit, is het leren onderkennen van deze zogeheten ‘zwakke signalen’.

Zoals we hiervoor zagen begint elke verandering in een systeem altijd ergens. Achteraf blijkt die eerste gebeurtenis dan een voorbode te zijn geweest van veel grotere veranderingen. Futurologen noemen die voorbodes, ‘zwakke signalen’.  Voorbeelden van zulke zwakke signalen zijn bijvoorbeeld kleine groepjes jongeren die als eerste experimenteren met nieuw gedrag, of kleine bedrijfjes die als eerste met een nieuw product op de markt komen, of opiniemakers die als eerste een nieuw standpunt innemen, etc.

Het vroegtijdig onderkennen van zwakke signalen is het middel om tijdig het ombuigen van trends en het optreden van kantelpunten te zien aankomen. Of in termen van blok 2: om een type IV-toekomst te kunnen onderscheiden van de type III toekomst. Dat geeft je als bedrijf uiteraard een kennisvoorsprong op andere bedrijven, of het stelt je als beleidsmaker in staat op tijd de noodzakelijk beleidsaanpassingen door te voeren.

Het probleem van zwakke signalen is echter dat ze zwak zijn en je pas achteraf kunt vaststellen dat het echt de voorbodes waren van wezenlijke veranderingen. Wat zegt bijvoorbeeld de populariteit van cryptomunten over komende veranderingen in het financiële systeem? Hoe invloedrijk worden nieuwe trends onder kleine subculturen bij hun uitwerking op de massa? Wat zeggen nieuwe vormen van body art, zoals digitale implantaten over de manier waarop we in de toekomst zullen omgaan met ons lichaam?

De voorspellende kracht van zwakke signalen is dus niet eenvoudig vast te stellen, maar als je jezelf traint in het volgen en signaleren van zwakke signalen, tekenen zich op een gegeven moment bepaalde samenhangen af. Dat brengt je op ideeën over waar het mogelijk naartoe gaat.

Het leren (her)kennen van zwakke signalen en het leren op hun waarde beoordelen van die signalen is niet eenvoudig en vraagt veel training. Dit is het vakgebied van de trendwatchers en trendonderzoekers, maar ook als relatieve leek kun je dit ook best een beetje onder de knie krijgen.

Het begint met het leren onderkennen van zwakke signalen. Het volgende simpele testje kan hierbij behulpzaam zijn. Stel je ziet ergens iets dat volgens jou een nieuw verschijnsel is. Bespreek dit verschijnsel dan vervolgens met je partner, of met vrienden of collega’s en kijk hoe zij daarop reageren. Als zij er op een of meer van de volgende manieren op reageren, heb je een sterke aanwijzingen dat je een zwak signaal te pakken hebt.

  • lacherig over doen;
  • ontkennend over doen “zoiets kan niet. Dat zal nooit gebeuren. Dat is onmogelijk”;
  • door aan het denken zijn gezet;
  • verbaasd over zijn;
  • nog nooit eerder van hadden gehoord;
  • niet over willen praten. Het is een taboe.

De volgende vraag is dan: waar vind je zwakke signalen? Bij de CAS-sen hebben we gezien dat veranderingen zelden of nooit in het centrum ontstaan, maar altijd op plekken waar nog vrijheid bestaat. Waar dissidente denkers, creativo’s en “onbesmette” jongeren de ruimte hebben om te experimenteren met nieuw gedrag en nieuwe ideeën. Dat betekent dat je je antennes vooral moet richten op de ‘rafelranden’. Ik geef enkele voorbeelden:

Kunst: Kunstenaars zijn meestal meer dan andere mensen bezig met vragen die het normale overstijgen. Ze hebben vaak een soort antenne voor nieuwe ontwikkelingen en voor zaken die wringen. Maar daarvoor zul je meestal niet bij de gevestigde grote namen moeten zijn. Beginnende en experimentele kunstenaars zijn meer geneigd om iets nieuws en schokkends te creëren. Dus: volg kunst, beeldende, geschreven of uitvoerende kunst. En vergeet vooral de straatkunst niet!

Media: Kijk ook naar voor jou atypische media. Kijk naar de randmedia. Probeer je eigen gezellige bubbel te laten barsten. Lees ook eens tijdschriften die je normaal niet zou lezen. Volg interessante mensen in sociale media. Volg ook mensen waar je het niet mee eens bent. Luister naar podcasts en radio, kijk tv, lees kranten. Kijk dan vooral naar bladen, websites en posts “aan de rand”. Op dit moment zijn dat dan vooral sociale media zoals Insta en TikTok, maar volgend jaar kunnen dat al weer heel andere media zijn.

Reizen is een uitstekende manier om zwakke signalen te signaleren. Ideeën verspreiden zich over de hele wereld en door te reizen kom je op voor jou vreemde plekken en uit je bubbel.

Universiteiten en hogescholen: Studenten hebben daar nog de mogelijkheid om te creëren en innovatief te zijn voordat ze worden opgeslokt door bureaucratische grote organisaties en de sleur van dagelijks in de file staan naar hun werk. Universiteiten en hogescholen zijn ook knooppunten voor innovatie. Ze doen onderzoek naar verschillende onderwerpen, hebben contacten over de hele wereld en er komen mensen uit allerlei culturen samen.

Festivals, beurzen, tentoonstellingen, conferenties en seminars: Festivals zijn een soort culturele vrijplaatsen. Beurzen zijn plaatsen waar bedrijven naartoe gaan om hun nieuwe innovaties te tonen. Seminars zijn plekken waar mensen samen komen om hun beste ideeën te delen.

Jongeren: Kinderen (en jongeren van alle leeftijden) bezien de wereld meestal nog met verbazing. Ze zijn nog onbesmet. Wat zijn hun favoriete games en spelletjes, social media? Wat zijn hun nieuwe leermiddelen, hoe communiceren ze met hun vriendjes en vriendinnetjes? Denk ook eens aan speelgoedwinkels. Kijk ook eens naar wat ze bekijken op YouTube.

De volgende vraag is dan: Wat moet ik met dat zwakke signaal? Eén zwak signaal zegt namelijk nog niet veel. Het is dan nog niet meer dan een incidentele observatie. Je moet daarom meer zwakke signalen verzamelen en vervolgens zul je deze signalen moeten analyseren. Wat je moet leren is het patroon te zien in de zwakke signalen.

Stel nu je hebt een aantal zwakke signalen gespot. Voor de hand liggende vragen zijn dan:

  • Zijn er meer vergelijkbare zwakke signalen?
  • Zijn er overeenkomsten in de zwakke signalen?
  • Zou er een opkomende grotere trend kunnen zijn waar de zwakke signalen op wijzen?

Dit is een precaire fase in je onderzoek. Om Johan Cruijff nogmaals te citeren: “Je ziet het pas als je het doorhebt”. Tegelijkertijd zie je alleen wat je wilt zien en wat je kunt zien. Hier kunnen al die denkfouten uit de eerdere blokken je parten spelen.

Het helpt dan om een schriftje aan te leggen met daarin je observaties, de reacties van je omgeving op deze observaties en tot slot achterin een lijstje van denkfouten, dat je van tijd tot tijd ook eens doorneemt en eventueel aanvult. Ook het bestuderen van trendwatchers die bekend staan als ontdekkers van vroege trends kan helpen om ‘je antenne voor zwakke signalen’ verder te ontwikkelen.

Les 73: zwakke signalen zijn de voorbodes van veranderingen binnen systemen.

Les 74: het probleem van zwakke signalen is echter dat ze zwak zijn en je pas achteraf kunt vaststellen of het echt de voorbodes waren van wezenlijke veranderingen.

Les 75: je kunt jezelf trainen in het volgen en signaleren van zwakke signalen. Je zult zwakke signalen vooral vinden aan de ‘rafelranden’ van het systeem en op plekken waar nog veel vrije ruimte is.