De mens die niet meer hoeft te werken

(leestijd 4 minuten)

We hebben eindelijk machines gebouwd die kunnen werken. Nu moeten we weer leren mens te zijn.

Er was een tijd dat mensen dachten dat de stoommachine ons allemaal werkloos zou maken. Daarna kwam de computer. Vervolgens internet. En nu AI. Iedere technologische revolutie roept dezelfde angst op. Wat moeten wij nog doen als die machines ons werk overnemen?

Het is opvallend dat de beleidsmakers die vraag vooral economisch stellen. Hoeveel banen verdwijnen er? Welke sectoren lopen gevaar? Hoe blijft de productiviteit op peil?

Maar volgens mij ligt de echte vraag ergens anders.

Wat gebeurt er met een samenleving als mensen ontdekken dat hun waarde niet langer afhangt van hun economische nut? Dat klinkt abstract, dus laat mij dat verduidelijken. Generatieve AI schrijft nu al teksten, maakt analyses, programmeert software en vat vergaderingen samen waar mensen vroeger weken mee bezig waren. De Homo Economicus — de mens als rationele producent — krijgt steeds meer concurrentie van machines die nooit moe worden, niet klagen over koffieautomaten en geen burn-out krijgen van reportage op reportage.

En dat veroorzaakt een probleem. Want veel mensen ontlenen een deel van hun eigenwaarde niet alleen aan hun inkomen, maar ook aan hun status en maatschappelijke positie en daarmee vaak samenhangend: hun ‘drukke’ baan. Vraag op een verjaardag maar eens hoe het gaat en de kans is groot dat iemand trots antwoordt: “Druk!” Alsof overbelasting een soort morele prestatie is geworden.

Vroeger was hard werken niet alleen noodzakelijk, maar ook deugdzaam. Ledigheid was verdacht. Wie niets deed, deugde waarschijnlijk niet. Dat mensbeeld zit dieper in onze cultuur dan we denken. Daarom reageren veel mensen zo ongemakkelijk op ideeën als een kortere werkweek, een basisinkomen of meer vrije tijd dankzij AI. Natuurlijk spelen economische zorgen mee. Maar onder die discussie zit volgens mij een andere angst verborgen. Wat doen de mensen eigenlijk als ze niet meer voortdurend hoeven te presteren?

Critici hebben daar meestal geen erg optimistisch beeld van. Zij vrezen dat vele mensen doelloos op de bank belanden, eindeloos scrollend tussen kattenfilmpjes en complottheorieën. Zonder druk zou de beschaving volgens hen langzaam oplossen in gamen, snacken en reality-tv. Die angst is niet volledig onbegrijpelijk. Een onderwijssysteem dat honderden jaren mensen vooral heeft opgevoed tot radertjes in een systeem, verandert niet vanzelf in een paradijs van creativiteit en zingeving. De samenleving en veel mensen in die samenleving zullen moeite hebben met die vrijheid. Als je identiteit altijd draaide om deadlines, targets en promoties, kan plotselinge autonomie behoorlijk ongemakkelijk voelen.

Maar waarschijnlijk onderschatten deze critici de mens. De Nederlandse historicus Johan Huizinga schreef al in 1938 over de Homo Ludens: de spelende mens. Volgens hem is spel geen nutteloos onderdeel van de beschaving, maar juist de kern en zelfs de bron ervan. Kunst, wetenschap, cultuur, innovatie — ze ontstaan meestal niet uit dwang, maar uit nieuwsgierigheid, experiment en plezier.

Misschien is dat precies wat AI ons mogelijk moet maken om toe terug te keren. Niet omdat werken verdwijnt. Maar omdat machines steeds beter worden in het soort werk waar onze samenleving mensen eeuwenlang op heeft geselecteerd. Op efficiëntie, herhaling en analyse.

En juist daardoor wordt iets anders dingen waardevoller. Mensen dingen, zoals verbeeldingskracht. Misschien ontstaat er dan wel een nieuw statussymbool. Niet langer: “Kijk eens hoe hard ik werk.” Maar: “Kijk eens hoeveel tijd ik heb om te leren, muziek te maken, voor anderen te zorgen of iets nieuws te ontdekken.”

Dat klinkt vandaag misschien nog wat ongeloofwaardig. maar ooit klonk ook de achturige werkdag revolutionair. Mensen waarschuwden destijds serieus dat arbeiders te veel vrije tijd niet zouden aan kunnen. De samenleving zou instorten.

Misschien kijken mensen over dertig jaar verbaasd terug op onze tijd. Op een wereld waarin miljoenen hoogopgeleiden zichzelf uitputten met PowerPoints die vervolgens door AI’s worden samengevat voor managers die ze niet lezen. De echte vraag is daarom niet technologisch, maar systemisch. We hebben eindelijk machines gebouwd die kunnen werken. Nu moeten we weer leren mens te zijn.

Peter van der Wel (12026)

Nu denkt u misschien, “in die wereld zou ik ook wel willen wonen’, of “ja, dat is een mooi idealistisch wensbeeld, maar dat komt natuurlijk nooit tot stand”, lees dan hier verder over de acht voorwaarden waaraan moet worden voldaan dit te realiseren. Vanuit mijn achtergrond als econoom en toekomstonderzoeker kijk ik naar technische ontwikkelingen in een bredere maatschappelijke context.

PS: Ben je het eens met de boodschap van deze blog? Post hem op de socials en/of stuur hem door naar een collega of vriend waarvan je denkt dat ze hem ook interessant zullen vinden! 

PPS: Ik ben zelf ook wel benieuwd wat je ervan vond. Mail me en ik reageer.