Er was een tijd dat mensen dachten dat de stoommachine ons allemaal werkloos zou maken. Daarna kwam de computer. Vervolgens internet. En nu AI. Iedere technologische revolutie roept dezelfde angst op: wat moeten mensen nog doen als machines ons werk overnemen?
Het opmerkelijke is dat we die vraag nog steeds bijna uitsluitend economisch stellen. Hoeveel banen verdwijnen er? Welke sectoren lopen gevaar? Hoe blijft de productiviteit op peil?
Maar misschien ligt de echte vraag ergens anders.
Wat gebeurt er met een samenleving als mensen ontdekken dat hun waarde niet langer vooral afhangt van hun economische nut? Dat klinkt abstract, maar de eerste contouren zijn al zichtbaar. AI schrijft teksten, maakt analyses, programmeert software en vat vergaderingen samen waar vroeger drie consultants een week voor nodig hadden. De Homo Economicus — de mens als rationele producent — krijgt concurrentie van een machine die nooit moe wordt, niet klaagt over koffieautomaten en geen burn-out krijgt van kwartaalrapportages.
En dat veroorzaakt iets onverwachts: een identiteitscrisis. Want veel mensen ontlenen hun eigenwaarde niet alleen aan inkomen, maar aan drukte. Vraag op een verjaardag hoe het gaat en de kans is groot dat iemand trots antwoordt: “Druk!” Alsof overbelasting een soort morele prestatie is geworden.
In de industriële samenleving was hard werken immers niet alleen noodzakelijk, maar ook deugdzaam. Ledigheid was verdacht. Wie niets deed, deugde waarschijnlijk niet.
Dat mensbeeld zit dieper in onze cultuur dan we denken. Daarom reageren veel mensen ongemakkelijk op ideeën als een kortere werkweek, een basisinkomen of meer vrije tijd dankzij AI. Natuurlijk spelen economische zorgen mee. Maar onder die discussie zit vaak een andere angst verborgen: wat doen mensen eigenlijk als ze niet meer voortdurend hoeven te presteren?
Critici hebben daar meestal geen erg optimistisch beeld van. Zij vrezen dat mensen doelloos op de bank belanden, eindeloos scrollend tussen kattenfilmpjes en complottheorieën. Zonder druk zou de beschaving volgens hen langzaam oplossen in gamen, snacken en reality-tv.
En eerlijk is eerlijk: die angst is niet volledig onbegrijpelijk. Een samenleving die honderd jaar lang mensen heeft opgevoed tot werknemers verandert niet vanzelf in een paradijs van creativiteit en zingeving. Veel mensen zullen juist moeite hebben met vrijheid. Als je identiteit altijd draaide om deadlines, targets en promoties, dan kan plotselinge autonomie behoorlijk ongemakkelijk voelen.
Maar misschien onderschatten we de mens ook.
De Nederlandse historicus Johan Huizinga schreef al in 1938 over de Homo Ludens: de spelende mens. Volgens hem is spel geen nutteloze bijzaak van de beschaving, maar juist de bron ervan. Kunst, wetenschap, cultuur, innovatie — ze ontstaan meestal niet uit dwang, maar uit nieuwsgierigheid, experiment en plezier.
Misschien is dat precies waar AI ons langzaam toe dwingt terug te keren.
Niet omdat werken verdwijnt. Er zal altijd werk blijven. Maar omdat machines steeds beter worden in het soort werk waar de industriële samenleving mensen eeuwenlang op heeft geselecteerd: efficiëntie, herhaling en analyse.
En juist daardoor wordt iets anders waardevoller: verbeeldingskracht.
Misschien ontstaat rond 2030 wel een vreemd nieuw statussymbool. Niet langer: “Kijk eens hoe hard ik werk.” Maar: “Kijk eens hoeveel tijd ik heb om te leren, muziek te maken, voor anderen te zorgen of iets nieuws te ontdekken.”
Dat klinkt vandaag nog wat zweverig. Ooit klonk de achturige werkdag trouwens ook revolutionair. Mensen waarschuwden destijds serieus dat arbeiders te veel vrije tijd niet aankonden. De samenleving zou instorten. Ze gingen wandelen.
Misschien kijken mensen over dertig jaar net zo verbaasd terug op onze tijd. Op een wereld waarin miljoenen hoogopgeleiden zichzelf uitputten met PowerPoints die vervolgens door AI worden samengevat voor managers die ze niet lezen.
De echte vraag van het AI-tijdperk is daarom misschien niet technologisch, maar menselijk. We hebben eindelijk machines gebouwd die kunnen werken. Nu moeten wij opnieuw leren wat een mens eigenlijk is.
Peter van der Wel (12026)
PS: Natuurlijk komt deze omslag niet vanzelf tot stand. Lees hier bijvoorbeeld over de acht voorwaarden waaraan moet worden voldaan om te komen tot een menswaardig gebruik van AI en robotisering.
PPS: Vanuit mijn achtergrond als econoom en toekomstonderzoeker kijk ik naar technische ontwikkelingen in een bredere maatschappelijke context. Vandaar deze beschouwing over de relatie tussen AI en mensbeeld.
PPPS: Ik ben erg benieuwd wat je vindt van deze blog.
Ben je het eens met de boodschap van deze blog? Post hem op de socials en/of stuur hem door naar een collega of vriend waarvan je denkt dat ze hem ook interessant zullen vinden! Kreeg je ’m zelf doorgestuurd? Abonneer je hier gratis op nieuwe blogs.
