Het grootste probleem bij het onderzoeken van de toekomst zit in ons eigen hoofd. We hebben namelijk allemaal last van blinde vlekken en vooroordelen m.b.t. de toekomst. Dat verhindert ons objectief naar de toekomst te kijken. Dat zien we bijvoorbeeld bij onze houding tegenover slecht of negatief nieuws. Vaak hebben we de neiging om negatieve informatie over de toekomst weg te willen drukken. Om onze kop in het zand te steken bij slecht nieuws.
Vreemd genoeg hebben we ook vaak de neiging om vooral de dreigingen en gevaren te willen zien en niet de kansen en de mogelijkheden. Daar schijnt een evolutionaire verklaring achter te zitten. Onze voorouders die indertijd dachten dat het allemaal zo’n vaart niet liep – “dat geritsel is vast geen sabeltandtijger” – hebben waarschijnlijk minder kans gehad om hun genen door te geven.
Tegenwoordig spelen ook de media hierin een belangrijke rol. De media vergroten stelselmatig slecht nieuws uit. Goed nieuws verkoopt kennelijk veel minder. Je leest wel over een auto-ongeluk op de A4, maar nooit dat er vandaag weer meer dan 4,2 miljoen mensen veilig thuis zijn gekomen. Je leest trouwens ook bijna nooit over een auto-ongeluk ergens in een ver land. Behalve als er landgenoten bij betrokken waren.
Dat heeft te maken met misschien wel de belangrijkste denkfout die ons parten speelt bij toekomstonderzoek: hier-en-nu-bijziendheid. We zien de zaken in het hier-en-nu, dus alles dat nu speelt en alles vlak om ons heen, uitvergroot t.o.v. zaken die wat verder weg liggen, zowel qua tijd als qua plaats. Dat leidt tot een verkeerd inschatten van de mogelijke toekomsten. Als er bijvoorbeeld net een vliegtuigongeluk heeft plaatsgevonden, schatten we de kans op nog een vliegtuigongeluk veel te hoog in. Vooral als dat ongeluk ook nog eens in Nederland gebeurde en niet in bijvoorbeeld India. Ditzelfde mechanisme speelt bij het inschatten van de kans op ziekte, ontslag of het winnen van de lotto. Als je toevallig op de televisie net iemand hebt gezien die een grote prijs in de lotto heeft gewonnen, schat je ook de kans dat jij misschien ook wel eens zou kunnen winnen te hoog in.
Dit is les 1 van de futurologie: we hebben allemaal voortdurend last van denkfouten als we aan de toekomst denken
Deze hier-en-nu-bijziendheid maakt het bijzonder moeilijk om objectief naar de toekomst te kijken. We overschatten daardoor voortdurend de overeenkomsten tussen het heden en de toekomst. Dit effect werkt ook naar het verleden toe. We overschatten ook voortdurend de overeenkomsten tussen vroeger en nu. Dat merk je als je terugkijkt naar foto’s van vroeger. Kijk maar eens naar de twee foto’s hiernaast. Op beide foto’s zie je de bekendmaking van een nieuwe paus. Maar wat een verschil. In 2005 bijna nog niemand met een smartphone en in 2013 een plein vol mensen met schermpjes. Zo snel is deze verandering toen gegaan en zo kort is het nog maar geleden dat de smartphone doorbrak naar het grote publiek.
Probeer dit nu eens even op je in te laten werken. Realiseerde jij je voordat je dit las, dat 20 jaar terug nog niemand een smartphone had? En denk nu eens 20 jaar vooruit. Was jij er eigenlijk onbewust van uitgegaan dat smartphones over 20 jaar nog steeds het standaard communicatiemiddel zullen zijn? Durf jij nu te voorspellen met wat voor apparaat wij over 20 jaar rond zullen lopen?
Futurologen noemen dit ook wel het achteruitkijkspiegel effect. Wij baseren ons beeld van de toekomst op onze ervaringen uit het verleden. Een berucht voorbeeld vormen de voorbereidingen op WO I. Buiten de legertop speculeerde men toen al volop over de mogelijke gevolgen van nieuwe technologie voor de oorlogsvoering van de toekomst. Maar toen die oorlog uitbrak volgden de ‘deskundige’ generaals toch gewoon weer de oude strategieën. Ze zetten in linie optrekkende infanterie in en cavalerie met paarden en zelfs olifanten. Soldaten te voet en te paard waren natuurlijk niet opgewassen tegen de brute kracht van het moderne industriële wapentuig. De generaals waren bezig ‘de vorige oorlog te winnen’.
Pijnlijk genoeg herhaalde dit zich weer voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog. De Fransen dachten zich toen veilig te hebben verschanst achter hun Maginot linie, een reeks zwaarbewapende forten en bunkers langs de Frans-Duitse grens. Opnieuw generaals die bezig waren ‘de vorige oorlog te winnen’, want de Duitse troepen trokken er met hun tanks gewoon omheen.
Veel denkfouten met betrekking tot de toekomst hebben ook te maken met ons gebrekkige inzicht in getallen en kansberekening. We zijn helemaal slecht in het inschatten van exponentiële ontwikkelingen. Het verdubbelen van het verdubbelen gedurende langere tijd verrast ons telkens weer. Je kent vast de parabel van het schaakbord wel, met de verdubbelende aantallen graankorrels. Op het eerste veld één korrel, op het tweede veld twee korrels, op het derde veld dan 4 korrels, op het vierde veld 8 korrels en zo steeds verder verdubbelend. Uiteindelijk ligt er dan meer graan op het schaakbord dan de wereld ooit zou kunnen voortbrengen. Een velletje A4 papier dat je 51 keer zou dubbelvouwen (dat kan overigens technisch niet) heeft een dikte, niet van meters, of zelfs kilometers, maar van miljoenen kilometers. Om precies te zijn, is het propje dat je dan zou overhouden meer dan 178 miljoen kilometer dik. En wat heb je liever; een maand lang iedere dag 100 euro of op de eerste dag 1 cent, op de tweede dag 2 cent, op de derde dag 4 cent en zo exponentieel verder?
Psychologen verklaren deze denkfouten vanuit de werking van ons brein. De menselijke geest is namelijk ook een soort voorspellingsmachine. Met maar heel weinig informatie kunnen we vaak toch al redelijk goede voorspellingen doen over bijvoorbeeld het te verwachten gedrag van collega’s of familieleden. Maar wetenschappelijk onderzoek wijst keer op keer uit dat we daarbij toch veel vaker de plank misslaan dan we zelf in de gaten hebben. En dat heeft te maken met de manier waarop wij informatie verwerken. In de psychologie staat dit wel bekend als cognitieve bias. En dat leidt dan regelmatig tot het ontkennen, overschatten of onderschatten van de veranderingen die op ons afkomen. Enkele bekende biases zijn:
- Selectieve waarneming; we zien vaak alleen wat we verwachten te zien of wat we hopen te zien.
- We zien soms zelfs zaken die er helemaal niet zijn, alleen omdat we ze graag willen zien.
- Vooroordelen; we zien vooral de informatie die onze vooroordelen bevestigt en informatie die strijdig is met onze vooroordelen willen we vaak niet zien.
- Verliesaversie; als we moeten kiezen tussen 100.000 euro op zeker, of 50% kans dat je 400.000 euro wint, of anders niets, dan kiest de meerderheid voor de zekere 100.000 euro.
- Fixatie op eigen ervaringen. We reageren vooral op problemen die we zelf hebben meegemaakt en die we kennen uit eigen ervaring. Bedreigingen die we nog nooit zelf hebben meegemaakt, roepen daarom meestal niet direct een reactie op.
Zo zijn er nog veel meer denkfouten die ons verhinderen om objectief naar de toekomst te kijken. Op Wikipedia staan overzichten van honderden denkfouten die ons beïnvloeden als we nadenken over de toekomst.
Uiteindelijk zijn deze denkfouten terug te brengen tot drie oorzaken. Ten eerste laten we ons te vaak leiden door emoties en vooroordelen die onze beelden kleuren en nemen we daardoor selectief informatie waar. Ten tweede hebben we ook vaak last van een teveel aan informatie. Zoveel informatie dat we het niet allemaal kunnen duiden en overzien. Als gevolg van deze information overload beslissen we dan vaak op basis van selectieve informatie. Ten derde speelt ons gebrekkige geheugen ons ook vaak parten. We herinneren ook selectief en vullen de ontbrekende informatie uit ons geheugen gewoon zelf in, met wat ons nuttig of logisch lijkt. Onze denkfouten staan ons dus in de weg bij het verkennen van de toekomst. En om het dan nog wat erger te maken, zelfs al ben je je bewust van je eigen denkfouten je blijft er toch gevoelig voor. Deze denkfouten zitten kennelijk zo diep verankerd in ons gedrag en in ons denken dat het heel moeilijk is om je ervan los te maken.
Futurologen hebben daarom werkvormen en methodes ontwikkeld om op een objectievere manier te kunnen kijken naar en te denken over de toekomst. En daarover gaat deze cursus.
Les 1: we hebben allemaal voortdurend last van denkfouten als we aan de toekomst denken.
Les 2: de menselijke geest is niet in staat exponentiële ontwikkelingen te bevatten.
Les 3: enkele veel voorkomende denkfouten als we aan de toekomst denken zijn: hier-en-nu-bijziendheid, selectief waarnemen, overwaardering van de eigen ervaring en verkeerd inschatten van kansen.
Peter van der Wel (12018)
PS: Vond je dit artikel interessant? Het is hoofdstuk 1 uit mijn boek Toekomstonderzoek. Verderop op deze site vind je ook de volgende 15 hoofdstukken. Je kunt natuurlijk ook het boek zelf kopen. Je kunt het bij mij bestellen of bij je favoriete boekhandel.
PPS: Reacties zijn welkom. Je kunt ze mailen naar mijn mailadres.
