Acht manieren om werkloosheid te bestrijden

(leestijd 5 minuten)

We hebben het al vaker gehad over technische ontwikkeling en werkgelegenheid. Door betere technologie en efficiëntere productiemethoden kunnen we met steeds minder mensen steeds meer produceren. Dat klinkt als een droom: meer welvaart met minder inspanning. Maar er zit een klein praktisch probleem aan. Als we niets doen met deze productiviteitswinst, ontstaat er op termijn een arbeidsoverschot — of in gewoon Nederlands: werkloosheid.

En daar voelen we ons maatschappelijk ongemakkelijk bij. In onze cultuur is “niet werken” ongeveer net zo verdacht als op een verjaardagsfeestje zeggen dat je geen mening hebt. Werk levert niet alleen inkomen, maar ook identiteit, structuur en sociale status. Dus rijst de vraag: wat doen we met al die tijd van de mensen die niet meer nodig zijn in het productieproces?

Er blijken — verrassend genoeg — acht verschillende manieren te zijn om een arbeidsoverschot te “bestrijden”. Sommige zijn briljant, sommige absurd en we gebruiken ze vaak zonder dat we het doorhebben.


1. Zinloos werk creëren (de Keynes-methode)

In zijn beroemde boek The General Theory stelde John Maynard Keynes een uiterst eenvoudige oplossing voor. Laat werkloze mensen kanalen graven. En laat een andere ploeg diezelfde kanalen weer dichtgooien. Iedereen heeft werk, iedereen ontvangt inkomen, en het economische probleem lijkt opgelost.

Keynes zag zelf ook wel dat hier een klein motiveringsprobleem ontstaat. Hoe krijg je mensen enthousiast voor werk dat aantoonbaar nergens toe dient? De ochtendploeg kan zich misschien nog wijs maken dat ze iets nuttigs doet, maar de middagploeg weet dat ze letterlijk hun eigen collega’s aan het tegenwerken zijn. Dat vraagt om een wel heel bijzondere werkethiek — of een bijzonder goed HR-beleid. Wij hebben dat opgelost door voor deze zogenaamde ‘bullshit jobs’ meestal extreem hoge salarissen te betalen.


2. Wapenproductie en oorlog

Een tweede methode die historisch vaak is toegepast, is de vernietiging van arbeid via wapenproductie. Deze oplossing vereist wel een vijand, of minstens het vermoeden van een toekomstige vijand. Gelukkig (of helaas) lijkt de mens daar zelden lang naar te hoeven zoeken.

Het proces werkt economisch gezien opmerkelijk efficiënt. Eerst produceren we wapens — dat creëert werk. Vervolgens voeren we oorlog — dat creëert nog meer werk. Daarna herstellen we alle verwoestingen — opnieuw werk. Als het echt “goed” gaat, zijn er bovendien minder mensen over om werk voor te zoeken. Het werkloosheidsprobleem lost zichzelf dus op, zij het tegen een prijs waar zelfs de meest cynische econoom ongemakkelijk van wordt.


3. Geloof en religie

Ook geloof is een beproefde methode om werkloosheid tegen te gaan. De hoop op het eeuwige leven heeft mensen door de geschiedenis heen gemotiveerd tot indrukwekkende prestaties. Werkloze arbeiders kunnen kerken bouwen, piramides oprichten, kathedralen met de hand uit steen hakken, of op bescheidener schaal wierook produceren en offers brengen.

Het voordeel van deze methode is dat mensen hun werk vaak als zinvol ervaren — zelfs als de economische opbrengst beperkt is. Bovendien zijn religieuze monumenten soms uitzonderlijk duurzaam. Sommige projecten leveren duizenden jaren later nog toeristische inkomsten op.


4. Bevolkingsgroei

Een vierde methode is het stimuleren van bevolkingsgroei. Dit werkt zowel op korte als lange termijn. Op korte termijn zijn extra arbeiders nodig om scholen, huizen, wegen en infrastructuur te bouwen. Op langere termijn groeit de beroepsbevolking, wat het probleem aanvankelijk lijkt te verergeren.

Maar als de bevolking blijft groeien, ontstaan op een gegeven moment congestieproblemen. Gebrek aan ruimte, files in het verkeer, schaarser wordende hulpbronnen. Om te kunnen blijven groeien, moeten we steeds meer arbeid inzetten. We ontginnen minder productieve gronden, recyclen steeds vervuilder water, verwerken afvalstromen, graven steeds dieper en moeten steeds meer politie, rechters en advocaten inzetten om de toenemende conflicten te reguleren.

Het resultaat: meer werk. Het is een methode die effectief is, maar die enigszins doet denken aan het oplossen van fileproblemen door meer auto’s toe te laten.


5. Meer consumptie

Een vijfde methode is het omzetten van arbeidsoverschotten in extra consumptie. Deze aanpak gebruiken we momenteel volop. Via reclame, mode en ingebouwde productveroudering verleiden we mensen om meer te kopen en daarvoor dus ook meer te werken.

We vervangen perfect functionerende apparaten omdat er een nieuw model is, dragen kleding die “dit seizoen echt niet meer kan”, en upgraden technologie sneller dan we hem begrijpen. Deze strategie creëert werkgelegenheid, maar gebruikt tegelijkertijd meer energie en natuurlijke hulpbronnen. Economisch effectief, ecologisch discutabel — maar zeer populair. Lees hier meer over de voordelen van minder consumeren.


6. Korter werken

Een zesde oplossing is arbeidstijdverkorting. Deze aanpak heeft in Europa goed gewerkt. In de twintigste eeuw werd de werkweek ongeveer gehalveerd en werden vakanties langer. Dat betekende: meer vrije tijd en minder werkloosheid. Lees hier meer over de voordelen van korter werken.

Critici van deze aanpak waarschuwen soms voor concurrentie uit landen waar mensen langer werken. Volgens hen zouden “luie” regio’s worden weggeconcurreerd. Dat klinkt misschien overtuigend, maar is economisch onzin. Er is geen directe relatie tussen arbeidsduur en concurrentiepositie; wel tussen arbeidskosten en concurrentiepositie.

Als korter werken gepaard gaat met een hogere productiviteit, verandert er weinig aan onze concurrentiepositie. Sterker nog, minder stress, minder ziekteverzuim en een gezondere bevolking kunnen de productiviteit juist verhogen. Bovendien biedt korter werken meer tijd voor zorg, sociale contacten en simpelweg genieten — wat ook een vorm van welvaart is.


7. Arbeid inzetten voor maatschappelijke taken

Een zevende oplossing is het inzetten van de vrije arbeidsreserve voor taken die nu blijven liggen: zorg, onderwijs, milieu, sociale cohesie en internationale solidariteit. Dit zijn sectoren waar de maatschappelijke behoefte groot is, maar waar financiering deels afhankelijk is van collectieve keuzes.

Deze oplossing vraagt om politieke en maatschappelijke consensus. We moeten als samenleving besluiten dat we deze activiteiten belangrijk vinden en bereid zijn ze via belastingen te financieren. Dat maakt deze methode minder automatisch, maar mogelijk wel betekenisvoller.


8. Investeren in kennis en innovatie

De achtste en meest toekomstgerichte oplossing is het inzetten van ongebruikte arbeid voor de productie en verspreiding van kennis. Door te investeren in onderwijs, onderzoek en wetenschap, vergroten we onze kennisbasis. Die kennis leidt op termijn tot nieuwe technologieën en efficiëntere productiemethoden.

Ironisch genoeg versterkt dit de oorspronkelijke trend: we kunnen zo met nog minder arbeid nog meer produceren. Maar tegelijkertijd creëert kennis nieuwe sectoren, nieuwe mogelijkheden en nieuwe vormen van waardecreatie. Het is de enige oplossing die zowel werk creëert als de samenleving structureel vooruithelpt.


De echte keuze

We beschikken dus over meerdere manieren om werkloosheid te bestrijden. Sommige zijn absurd, sommige gevaarlijk, sommige duurzaam en alle acht doen we al ongemerkt.

De kernvraag is niet of we werk kunnen creëren — dat kunnen we altijd. De echte vraag is: welk werk willen we creëren?

Willen we kanalen graven en dichtgooien, wapens produceren, steeds meer consumeren, of juist investeren in zorg, kennis en kwaliteit van leven?

Technologie dwingt ons tot deze keuze. En misschien is dat wel het grootste voordeel van technologische vooruitgang: niet dat we minder hoeven te werken, maar dat we eindelijk kunnen nadenken over wat we werkelijk belangrijk vinden.

Peter van der Wel (2026)

PS: Vanuit mijn achtergrond als econoom en toekomstonderzoeker kijk ik naar technische ontwikkelingen in een bredere maatschappelijke context. Vandaar deze economisch-politieke beschouwing over de toekomst van ons economisch systeem.

PPS: Dit artikel is een licht bewerkte versie van hoofdstuk 4 uit mijn boek uit 2010: Economie voor Wereldverbeteraars.

PPPS: Reacties zijn welkom. Je kunt ze mailen naar mijn mailadres.

PPPPS: Ben je het eens met de boodschap van dit artikel? Post hem op de socials en/of stuur hem door naar een collega of vriend waarvan je denkt dat ze hem ook interessant zullen vinden!  Kreeg je ’m zelf doorgestuurd?  Abonneer je hier gratis op nieuwe blogs.