waarom de inflatie maar niet omhoog wil

Al jaren proberen de centrale banken de inflatie omhoog te krijgen tot 2% op jaarbasis. Tevergeefs. Ondanks biljoenen aan monetaire geldschepping wil dat maar niet lukken. Dat is volledig in strijd met de bekende economische theorie. Economen staan voor een raadsel.

Logische verklaring

Als futuroloog (en econoom) zie ik echter wel een logische verklaring. De technische ontwikkeling. In mijn lezingen gaf ik vroeger vaak het voorbeeld van de smartphone. Als je 25 jaar terug de computerkracht en de opslagcapaciteit van een hedendaagse smartphone had willen kopen, was je vele miljoenen kwijt geweest. In die 25 jaar zijn ook de kosten van datacommunicatie (bellen) enorm gedaald. Om nog even bij die smartphone te blijven; als je een moderne telefoon koopt, koop je meteen ook een personal computer, een camera, een radio, een televisie, een klok en nog veel en veel meer. Logisch dat de prijzen van al dat soort apparaten omlaag zijn gegaan.

Neerwaartse druk

Dankzij de technische ontwikkeling hebben we steeds minder arbeid, minder kapitaal en minder grondstoffen nodig om eenzelfde hoeveelheid producten te produceren. En vaak zijn dat dan ook nog eens betere producten. Geen wonder dat technische ontwikkeling een neerwaartse druk op het prijspeil uitoefent. Lees hier meer over dalende prijzen door technische ontwikkeling.

Globalisering

Maar dit is nog niet alles. Door de technische ontwikkeling is het tegenwoordig ook veel makkelijker dan vroeger om internationaal handel te drijven. Via internet kun je makkelijk contact houden met leveranciers ver weg, bijvoorbeeld in China of Vietnam. Je stuurt zo productspecificaties, contracten en zelfs complete 3D-printinstructies over. Vervolgens kun je via moderne transportmiddelen zoals zeecontainers en vrachtvliegtuigen veel goedkoper dan vroeger spullen over de hele aardbol verplaatsen. Op die manier heeft de technische ontwikkeling ook weer bijgedragen aan de globalisering, waarbij producten vooral in landen met lage arbeidskosten worden voortgebracht waardoor de prijzen nog verder konden dalen.

Online winkels

En dan moeten we ook het groeiend aandeel van het online winkelen niet vergeten. Ook het online winkelen drukt de prijzen. En wel op twee manieren. Online winkels hebben doorgaans lagere kosten dan fysieke zaken en kunnen hierdoor lagere prijzen hanteren. Daarnaast kunnen consumenten online makkelijker prijzen met elkaar vergelijken, wat de onderlinge concurrentie aanwakkert en zo de prijzen verder drukt.

Prijsstijgingen

Er zijn echter enkele uitzonderingen op deze prijsdalingstendens. Ten eerste zijn er goederen en producten die niet eenvoudig in grote hoeveelheid kunnen worden geproduceerd. Denk bijvoorbeeld aan de grond en vastgoed op gewilde locaties, bijvoorbeeld in de centra van de grote steden. Hier zien we dat door de enorme groei van de geldhoeveelheid de prijzen juist de pan uit rijzen.

Statusgoederen

Dan zijn er de zogenaamde statusgoederen, producten die gewild zijn, juist vanwege hun (relatief) hoge prijs. Denk aan de producten van Apple bijvoorbeeld en sommige duurdere automerken. De fabrikanten van dit soort producten, denk ook aan de Birkin handtas van Hermes, kunnen het zich veroorloven, nee moeten zelfs, de prijs van hun gewilde artikelen hooghouden. Een interessante tussencategorie wordt overigens gevormd door de top van de statusgoederen. Denk aan kunstwerken van een bekende kunstenaar, of het bezit van een succesvolle voetbalclub of een groot modemerk. Deze zaken lijken ook een beetje op de goederen en producten uit de eerste categorie. Ook hiervan is de beschikbare hoeveelheid beperkt. We zien hier dan ook dat de echt rijken deze top-statusgoederen kopen en ook daarvan rijzen de prijzen de pan uit.

Baumolgoederen

Ten derde zijn er de zogeheten ‘Baumolgoederen’. De Amerikaanse econoom Baumol beschreef hoe de productie in de industrie en in de agrarische sector eenvoudig kan worden geautomatiseerd, maar dat dit niet (of in ieder geval veel minder) goed mogelijk is in de dienstensector. Automatisering leidt doorgaans tot een dalende prijs per product, maar dat gaat dus niet op voor de dienstensector. Het beroemde voorbeeld is een vioolconcert door een strijkkwartet. Er blijven altijd vier violisten nodig die gedurende de hele tijd van het vioolstuk voluit aan het werk moeten. De violisten kunnen misschien wel iets sneller gaan spelen, maar dat levert nauwelijks tijdwinst op.

Dienstverlening

Baumol goederen, diensten die niet of nauwelijks kunnen worden geautomatiseerd, zie je overal in de dienstverlening. Denk aan het werk van een verpleegkundige bij het aanleggen van een infuus, aan onderwijzers, politieagenten of aan het werk van de huisarts. Ook in de marktsector kunnen veel diensten moeilijk worden geautomatiseerd. Denk aan het werk van uitvoerende kunstenaars, kappers en schoenherstellers. Het gevolg is dat de prijs van dit soort goederen meestijgt met de stijging van de lonen en salarissen.

Echte rijken kunnen meer

Bij die Baumol goederen zien we overigens nog een interessant verschijnsel. De echte rijken kunnen het zich veroorloven om ‘echte’ persoonlijke aandacht te kopen. Een privédocent voor de kinderen, een personal trainer voor de fitness, een binnenhuisarchitect voor de inrichting van hun huizen. Wij mindere goden moeten het dan vaak doen met “scherm” aandacht. Met handige apps die de fysieke dienstverleners (deels) kunnen vervangen. Educatieve software bijvoorbeeld in plaats van een privédocent.

Andere instrumenten

Mijn conclusie als toekomstverkenner en econoom is dan ook dat zolang de hiervoor beschreven krachten niet zijn uitgewerkt, het streven van de centrale banken gedoemd is te mislukken. Zij zullen – als zij de inflatie echt omhoog willen krijgen – andere instrumenten moeten inzetten.

© Peter van der Wel  (02019)

PS: Stuur deze blog vooral door naar collega’s en vrienden!  Kreeg u ’m zelf doorgestuurd?  Abonneer u  hier gratis

PPS: Wilt u maandelijks als eerste mijn nieuwste blog ontvangen? Geef u  hier  op voor gratis toezending