Een nieuwe economische basis van een wereld in overvloed
De inzet van humanoïde robots als arbeidskracht is geen verre toekomstmuziek meer. Dat klinkt onschuldig maar in werkelijkheid gaat het hier om een ontwikkeling met een veel grotere maatschappelijke impact dan de introductie van AI. We hebben het niet over een paar slimme machines die pakketten sorteren in distributiecentra, ouderen helpen uit bed, schappen vullen in supermarkten of onderdelen monteren in fabrieken. Dit is een ontwikkeling die zich vanuit een economische logica steeds verder zal gaan versnellen en vervolgens alle onderdelen van de maatschappij zal raken. De kosten van robotarbeid dalen snel en liggen nu rond de tien euro per uur. Een verdere daling ligt in het verschiet naar minder dan één euro vóór 2035 en mogelijk zelfs onder tien cent per uur vóór 2045. Zodra artificiële arbeid op deze schaal goedkoper wordt dan menselijke arbeid, ontstaat een structurele economische verschuiving die moeilijk nog te stoppen is.
Deze verandering gaat veel verder dan het simpelweg vervangen van menselijke arbeid. Artificiële arbeid creëert in feite een nieuw arbeidssysteem naast het bestaande. Zij voegt een praktisch onbeperkte hoeveelheid uitvoeringscapaciteit toe aan de economie. Het cruciale verschil met het huidige systeem is dat de marginale kosten van artificiële arbeid snel richting nul bewegen. Arbeid wordt daarmee niet langer een schaars productiemiddel, maar een overvloedige hulpbron.
Daarbij is het belangrijk te beseffen dat robots geen banen hebben. Zolang zij niet bewust of zelfstandig handelend zijn, voeren zij uitsluitend taken uit. Werk zal daardoor steeds verder uiteenvallen in afzonderlijke taken die geautomatiseerd kunnen worden, terwijl menselijke arbeid zich verplaatst naar activiteiten waarin oordeel, verantwoordelijkheid, creativiteit en sociale interactie centraal staan.
Omdat arbeid een essentieel onderdeel vormt van vrijwel iedere productieketen, heeft deze ontwikkeling gevolgen voor de gehele economie. Wanneer de kosten van arbeid dalen, dalen uiteindelijk ook de kosten van productie, distributie en dienstverlening. Op afzienbare termijn betekent dit dat alle producten en diensten goedkoper kunnen worden geproduceerd.
Een direct gevolg daarvan is een sterke stijging van de productie. Veel werk dat nu blijft liggen door de beperkt beschikbare hoeveelheid menselijke arbeid, kan dan op grote schaal en tegen lage kosten worden uitgevoerd. Waar het toevoegen van één miljoen mensen aan een beroepsbevolking tientallen jaren opleiding, migratie en investeringen vergt, kan een vergelijkbare uitbreiding met artificiële arbeid in korte tijd worden gerealiseerd. Productiecapaciteit wordt daarmee niet langer begrensd door demografie.
De veranderingen op het gebied van arbeid staan bovendien niet op zichzelf. Zij versterkt en versnelt andere fundamentele transities, niet alleen in de energieproductie, maar ook in transport en de voedselproductie. Goedkope energie maakt goedkope robotarbeid mogelijk, terwijl goedkope robotarbeid op haar beurt de kosten van energie-infrastructuur verlaagt. Hetzelfde mechanisme zien we ook bij logistiek en landbouw. Samen leiden deze ontwikkelingen tot een productiesysteem dat steeds minder gebaseerd is op schaarste en steeds meer op overvloed.
In de eerste fase van dit proces zullen robots waarschijnlijk grotendeels een humanoïde vorm aannemen. Dat is niet omdat deze vorm technisch optimaal is, maar omdat onze gebouwen, gereedschappen en werkprocessen zijn ontworpen voor menselijke lichamen. Humanoïde robots kunnen daardoor zonder ingrijpende aanpassingen worden ingezet in bestaande omgevingen, wat de snelheid van adoptie vergroot.
Op langere termijn zal deze ontwikkeling onvermijdelijk leiden tot technologische werkloosheid. Toch zal die overgang in eerste instantie geleidelijk verlopen. De vraag naar arbeid is momenteel zo groot en zo divers dat eerst veel latente vraag zal worden ingevuld. Dit creëert een belangrijke overgangsperiode waarin wij de tijd hebben om nieuwe economische en sociale arrangementen te ontwikkelen rond bijvoorbeeld inkomen, bezit, belasting en maatschappelijke participatie.
De paradox van artificiële arbeid is dat zij ons niet overbodig maakt, maar ons juist dwingt opnieuw te bepalen wat menselijke arbeid eigenlijk betekent. Wanneer machines het grootste deel van het noodzakelijke werk overnemen, ontstaat ruimte voor iets anders: zorg, creativiteit, gemeenschap, nieuwsgierigheid en betekenis. De vraag is niet of deze verandering komt, maar of wij haar durven te gebruiken om een samenleving te bouwen waarin mensen minder hoeven te werken — en meer kunnen leven.
De toekomst behoort toe aan een economie van overvloed. Mits we haar durven herdenken.
De toekomst vraagt om solidariteit, technologie en durf
Peter van der Wel (12025)
PS: Vanuit mijn achtergrond als econoom en toekomstonderzoeker kijk ik naar technische ontwikkelingen in een bredere maatschappelijke context. Vandaar deze economisch-politieke beschouwing over de toekomst van ons economisch systeem.
Ben je het eens met de boodschap van deze blog? Post hem op de socials en/of stuur hem door naar een collega of vriend waarvan je denkt dat ze hem ook interessant zullen vinden! Kreeg je ’m zelf doorgestuurd? Abonneer je hier gratis op nieuwe blogs.
PPS: Reacties zijn welkom. Je kunt ze mailen naar mijn mailadres.
