wie niets te verbergen heeft

Wat hebben de OV-chipkaart, Google Earth en bewakingscamera’s met elkaar te maken? Ogenschijnlijk niet veel. Maar dit zijn drie voorbeelden die ons duidelijk maken dat we allang niet meer ‘op het net’ leven. We zijn steeds meer gevangen geraakt ‘in het net’. Dat net is dan het geheel van poortjes, camera’s, cardreaders, betaalautomaten, navigatiesystemen, mobiele telefoons, en de databases waarin onze digitale identiteiten worden vastgelegd en beheerd. Allerlei dagelijkse handelingen zoals geld opnemen, reizen met het openbaar vervoer of de auto of gewoon een gebouw of winkel binnengaan, worden steeds meer vastgelegd. Dit zijn dan nog allemaal voorbeelden van het gebruik van de openbare ruimte, maar wat te denken van het gebruik van de digitale ruimte? Van internet en de mobiele telefoon? Daar wordt nog veel meer vastgelegd. Het aantal partijen dat gebruikt maakt van deze gegevens wordt ook steeds groter. Wie controleert deze partijen? En is dit wel een wenselijke ontwikkeling? 

In de dorpen of steden van een paar honderd jaar geleden kende men nauwelijks privacy. Iedereen wist alles van elkaar. Wij associëren gebrek aan privacy vaak met overheidsadministraties. Die zijn al heel oud, maar pas twee eeuwen terug voerde Napoleon in Nederland het systeem van de burgerlijke stand in. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft dit systeem ook de bezetter ‘goede’ diensten bewezen en niet alleen bij het opsporen en deporteren van joodse ingezetenen. Toen werd opeens het gevaar van zo’n systeem duidelijk. Maar verder heeft zo’n overheidsadministratie alleen maar voordelen. Alleen wie iets te verbergen heeft, moet bang zijn voor zo’n systeem.

Nederland heeft een duidelijk trauma overgehouden aan de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en is sindsdien altijd veel gevoeliger gebleven voor privacykwesties dan de ons omringende landen. In vrijwel al die landen bestaat dan ook al lang een algemene identificatieplicht, iets dat pas enkele jaren terug bij ons is ingevoerd. Ook in ons land moet iedereen van 14 jaar en ouder zich nu kunnen legitimeren met een erkend legitimatiebewijs. Tot voor kort ging het nog om ‘analoge’ legitimatiebewijzen, maar het Nederlandse paspoort bevat sinds 2006 een chip waarop ook biometrische kenmerken zoals vingerafdrukken en een gezichtsscan kunnen worden vastgelegd.

Intussen ‘verdampt’ onze privacy steeds verder. U moet zich nu kunnen legitimeren als u zich in de openbare ruimte begeeft, een huis koopt, een lening afsluit, een bank- of spaarrekening opent of als u door de politie wordt aangehouden. Allerlei instanties vragen ook naar uw legitimatie. Bijvoorbeeld uw rijbewijs, uw videotheekkaart, bibliotheekkaart of klantenpas. Overal hangen tegenwoordig bewakingscamera’s, u maakt u kenbaar als u betaalt met uw pinpas of geld uit de muur trekt. Steeds meer bedrijven slaan uw gegevens op en kunnen nagaan waar u was op een bepaald moment en wat u daar deed. Uw mobiele telefoon zendt voortdurend een signaal uit waarbij uw toestel kan worden getraceerd en u dus ook. (Tenzij u uw toestel tijdelijk uitleent aan een ander, of uw toestel thuislaat).

Ook bij het koppelen van overheidsdatabestanden wordt geleidelijk aan steeds meer toegestaan. Toch mag het zo maar koppelen van de gegevens van bijvoorbeeld belastingdienst, werkgever, energiebedrijf, woningbouwcoöperatie en ziekteverzekeraar nu nog niet omdat dat de privacy te veel zou aantasten.

Deze koppelingsverboden zien we nu langzamerhand overal verdwijnen. Als deze koppelingen namelijk wel worden toegestaan, kunnen al die organisaties veel effectiever en goedkoper werken. Hun dienstverlening kan dan veel beter, ze kunnen veel goedkoper werken, maar bovendien zullen de kosten door fraude (bijvoorbeeld door illegale onderhuur of met belastingen en uitkeringen) veel lager uitvallen. Als die databestanden dan meteen worden gekoppeld aan biometrische gegevens wordt fraude praktisch onmogelijk. Alleen de personen die worden herkend op grond van hun lichaamskenmerken en die volgens de regels in aanmerking komen voor de dienst of uitkering kunnen dan nog gebruikmaken van het systeem. Zo’n koppelingsverbod kan niet lang meer standhouden als wij eisen dat de overheid alle wetten en regelingen zo goed en zo goedkoop mogelijk uitvoert, maar tegelijkertijd verbieden dat zij daarvoor gebruik-maakt van de beschikbare en voor de hand liggende instrumenten. Het is alsof je tegen een kelner zegt, “je moet snel en zonder morsen serveren, maar je mag maar één hand gebruiken en we binden je benen ook nog aan elkaar”.

Er is nog een reden waarom de hele privacydiscussie snel begint te kantelen: veiligheid en terrorisme. Want wat is de waarde van privacy als het gaat om het voortbestaan van de mensheid? Dit lijkt misschien een vreemde vraag. Maar stel je eens voor dat één persoon, of een klein groepje mensen, in staat zou zijn om de hele mensheid uit te roeien. Stel je eens voor dat een terrorist in staat zou zijn een micro-organisme te maken dat we niet meer kunnen bestrijden. Stel dat iemand dit doet en dan loslaat op de rest van de mensheid? Nu is dat misschien nog niet mogelijk, maar dat moment komt er gegarandeerd aan.

Genetische manipulatie wordt op steeds grotere schaal gebruikt in de farmaceutische industrie, de voedselindustrie en de moderne landbouw. Eenvoudige standaardapparatuur die ook wordt gebruikt voor het maken van antibiotica, insecticiden of kunstmest is voldoende om een levensgevaarlijk gemanipuleerd virus of bacterie te maken. De technologie voor het maken van biologische wapens wordt daardoor steeds goedkoper en ook steeds eenvoudiger. Dit biedt terroristen en andere kwaadwillenden geheel nieuwe, steeds goedkopere en steeds effectievere wapens. Onschadelijke bacteriën en virussen kunnen zo in moordenaars worden veranderd, immuun tegen alle bekende antibiotica. Veronderstel eens dat een terrorist met een spuitbusje op Schiphol rondloopt en zo passagiers naar alle uithoeken van de aarde besmet met een dodelijk virus.

Een samenleving waarin één individu of één kleine groep de rest kan uitmoorden, houdt niet lang stand. Onder de vele miljarden mensen zullen er immers altijd één of meer idioten zijn, die de hele mensheid (desnoods inclusief henzelf) willen vernietigen. De kennis over genetische manipulatie en de bijbehorende apparatuur kunnen we niet verbieden. Wat we dan nog wel kunnen doen is het in de gaten houden welke groepen of welke individuen interesse hebben in gemodificeerde ziekteverwekkers, kweekapparatuur en kennis op deze gebieden. Dat is precies wat inlichtingendiensten doen. Dat dit heel ver kan gaan bewijst het Amerikaanse Echelon-netwerk, dat wereldwijd alle elektronische communicatie onderschept en monitort.

Wat moeten we daarvan vinden? Gezien de argumenten hiervoor vind ik dat privacybeschermers te makkelijk schermen met het recht op privacy. Waarom is privacy, wat is dat eigenlijk, een recht? Waarom moeten we de gemeenschap op hoge kosten jagen? Waarom moeten wij het de overheid moeilijk maken om goede en goedkope diensten te leveren en om wetten te handhaven? Al die beperkingen leiden tot gebrekkige wetshandhaving, tot gebrekkige dienstverlening, tot onnodig hoge uitvoeringskosten, nodigen uit tot fraude en leiden tot een gebrek aan vertrouwen in het functioneren van die overheid. En als klap op de vuurpijl, toenemende risico’s van terrorisme. Het komt erop neer dat het beschermen van privacy de samenleving momenteel heel veel kost. Ik zou graag zien dat privacybeschermers uitleggen waarom deze kosten terecht zijn.

Daarbij lijkt het me logisch dat je, als je deel wilt uitmaken van een gemeenschap, je je als individu ook kenbaar zult moeten maken voor die gemeenschap. In ruil voor het inleveren van een deel van je privacy krijg je dan bescherming, veiligheid, en kun je gebruik maken van de gemeenschapsvoorzieningen en alle gemakken van de samenleving. Je zou het kunnen vergelijken met het betalen van belasting. Daarbij lever je een deel van je inkomen in en daarvoor krijg je ook allerlei voordelen terug.

Omgekeerd vind ik dat er een evenwicht moet zijn tussen de belangen van het individu en het algemeen belang. Als de overheid alles van de burger wil weten, moet die burger de overheid wel kunnen vertrouwen! Dat vraagt om transparantie, democratie, en betrouwbaarheid. Want hoe voorkomen we het gevaar van misbruik? Wie controleert de controleurs? Vertrouwen van de burger in de overheid en haar motieven is daarom essentieel. Om dit te bereiken is een andere insteek nodig bij het privacydebat. Hoe kunnen wij als burgers voldoende controle-instrumenten krijgen om de overheid volledig te kunnen vertrouwen? Hoeveel mogen wij over de overheid weten? Want alleen wie de overheid voldoende kan vertrouwen, is bereid in vertrouwen zijn of haar gegevens te laten opslaan. Ik wil daarom pleiten voor een andere insteek in het privacydebat. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we onze overheid voldoende kunnen vertrouwen?

© Peter van der Wel  (2008)

PS: Stuur deze blog vooral door naar collega’s en vrienden! 

PPS: Wilt u ook maandelijks als eerste mijn nieuwste blog ontvangen? Geef u  hier  op voor gratis toezending