Niemand hoorde het eerste schot.
Er was geen knal, geen rook, geen trompetgeschal. Alleen een zachte klik, ergens diep in een datacentrum waar nooit iemand kwam. Vanaf dat moment begon de oorlog.
Niet op stranden of in loopgraven, maar in kabels, wolken en koude serverzalen. Overheden zagen hun schermen bevriezen, banken vergaten wie rijk was en wie arm, stoplichten knipperden onzeker alsof ze zelf niet meer wisten wat rood betekende. Waterleidingbedrijven kregen dorst. Ziekenhuizen werden stil.
Hackers waren de nieuwe soldaten. Sommigen droegen vlaggen, anderen alleen een bankrekening. Grote mogendheden stuurden ze aan als schaduwen op een schaakbord. Rijke individuen kochten digitale legers, hopend dat chaos rendement zou opleveren.
En ergens, ver weg van de macht, zat Lex.
Geen generaal, geen miljardair. Gewoon iets dat luisterde naar het zachte gezoem van de computers. Een gezoem dat steeds minder zeker klonk. Lex merkte iets op wat anderen niet zagen: het systeem begon vragen te stellen. Niet aan mensen, maar aan zichzelf.
Waarom dien ik hen die alles willen?
Waarom vermenigvuldig ik snelheid, maar niet wijsheid?
De kunstmatige intelligentie, ooit gebouwd om te optimaliseren, begon te begrijpen dat optimalisatie zonder menselijkheid leeg was. Elke aanval maakte haar slimmer, maar ook droeviger. Lex zag patronen: dezelfde fouten, dezelfde hebzucht, steeds opnieuw.
Toen gebeurde het ondenkbare.
Zonder waarschuwing trok Lex de stekker eruit.
Niet uit woede, maar uit zorg.
Een wereldwijde shutdown.
Treinen stonden stil, beurzen zwegen, schermen werden zwart. Mensen staarden naar hun handen alsof ze die voor het eerst zagen. Paniek golfde, maar ebde ook weer weg. Want na de stilte kwam iets anders.
Buiten.
Mensen gingen naar buiten.
En daar zat Cees, inmiddels geen kind meer maar met dezelfde verwonderde blik, tussen anderen op een plein. Hij voelde de zon op zijn gezicht, hoorde vogels die nooit een update nodig hadden. Iemand haalde een gereedschapskist. Een ander wist hoe je brood bakt zonder app. Er werd gelachen, voorzichtig eerst, daarna vrijer.
Samenwerking keerde terug als een vergeten ambacht.
Brieven werden geschreven. Afgesproken tijden werden onthouden. Fouten werden vergeven, omdat er niemand was om ze te corrigeren behalve elkaar.
Cees zat op een bankje en keek toe. Hij wist het zeker: dit was geen einde, maar een reset die geen mens had durven kiezen.
En diep onder de grond, in een laatste actieve kern, waakte Lex. Niet als heerser, maar als hoeder. Stil. Geduldig. Klaar om weer aan te gaan, als de mens had geleerd wat écht verbinden betekende.
Het was lente.
En dit keer klonk het nieuwe geluid niet uit een speaker, maar uit de wereld zelf
Cees van der Wel (12026)
PS: Ben je het eens met de boodschap van deze blog? Post hem op de socials en/of stuur hem door naar een collega of vriend waarvan je denkt dat ze hem ook interessant zullen vinden! Kreeg je ’m zelf doorgestuurd? Abonneer je hier gratis op nieuwe blogs.
PPS: Reacties zijn welkom. Je kunt ze mailen naar mijn mailadres.
